Winterspin

Hieronder op de valreep van februari 2025, mijn enige blog dat ooit uit deze maand op Zilvervis gaat verschijnen. Ik noem het zo omdat ik ook in deze maand geen dagboek heb bijgehouden- een weblog zou dat kunnen zijn. Niet dat ik niets bijzonders heb meegemaakt, verre van dat. Of is het dat ik in de februarimaand in de regel wat minder reden tot juichen heb dan in maart of april?

Lees verder: Winterspin

In elk geval geloof ik niet dat wij mensen gemaakt zijn voor de winter, niettegenstaande het gejuich over ijspret als het eens een nacht heeft gevroren in de Nederlanden en vrijwilligers hebben doorgehaald om een centimeter ijs op een asfaltbaan te krijgen, waarna hele horden dolenthousiast enkele uurtjes het weer aan gruis kunnen rijden.

Deze maand was het meen ik twee keer raak op het ijsbaantje in mijn woonplaats- de eerste keer voelde ik me zo behaaglijk in mijn cocon dat ik me tevreden stelde met de zonnestralen die vanuit de kraakheldere en ijskoude lucht onze huiskamer binnenvielen. De tweede keer wist ik dat de baan open was en ik had toevallig geen dringende zaken omhanden. Maar er stond een snijdende oostenwind. Ik herinner mij zulke dagen- hevig rillend arriveerde ik aan de rand van het ijs waar steevast een uitgelaten stemming heerste,

Wat niet bijdroeg aan mijn ijspret is dat ik hoge Noren uit 1974 gebruikte die mijn zwakke enkels geen enkele steun boden en die alle kou onbelemmerd door lieten. Ik gooide ze niet eerder weg omdat ik het een soort van sportief vond dat ik als bijna de enige op die ondingen bleef schaatsen. Het lukte me alleen door de veters heel stijf aan te trekken. En natuurlijk, nadat ik door al deze stadia was gegaan, was het best even leuk en ik werd er zowaar een beetje vrolijk van. Vooral het vooruitzicht op koffie en chocolademelk, en een snee ontbijtkoek met boter erbij- in de kantine van de ijsvereniging die altijd strak en ongezellig ingericht was, maar waar – zeldzaam -de momentane pret van de zeldzame schaatsochtend dit even overstemde.

De ritjes die ik in de omtrek maakte om hier en daar een uurtje les te geven aan huis, deden mij in januari en februari minder plezier dan in alle andere maanden, nog los van de temperatuur. Misschien omdat het mij in deze maanden moeilijk valt om het wenkend perspectief van het toekomend voorjaar al te ontdekken- het is allemaal schraal en naar en somber wat de klok slaat, al weidt mijn blik dan toch nog incidenteel hunkerend tussen wolken door waar een fraai atmosferisch schijnsel de aanwezigheid van een zon vermoedt.

Het zijn maanden van schaduwen en schimmen, van vage lichtpatronen op grassige paden, van verre dromen die me diep de koude lucht doen inhaleren. Is het leven of overleven? De gedichten op de scheurkalender die ik nu eens niet ga citeren, anders wordt het te gewoon, leken niet gemaakt om moed in te spreken.

Om met Procol Harum te spreken, ‘the milk of human kindness’ is denk ik wat ons de winter door helpt. En heerlijk eten, hilarisch theater, onderhoudende films, betoverende muziek, fameuze belletrie…deze zwanenzang van februari laat wel degelijk lichtpuntjes zien- een spinnenweb van een dappere arachnoïde die zich na de schaarse zonneuren zich uit lijfsbehoud weer in zijn holletje moest terugtrekken, maar zijn web hing er, onbetreden door insecten, kunstzinnig in zijn nutteloosheid.

Leed heeft de neiging aan ons te blijven kleven, geluk is vluchtig en efemeer, als dauw in zonlicht. Of als een loos spinneweb in februari….

Geplaatst in Overig, Zilvervis | Tags: | 2 reacties

Ik schrijf, dus ik ben (Ruminatie van een wandelaar)

Je schrijft niet meer, hoor ik vaak. Of: je schrijft zo weinig, waarom? Lijd ik aan een writers block? Nou nee, want hier is toch een nieuwe blogpost? Echter, mensen die mij kennen, verwachten meer van mij dan dit. Momenteel is dit echter wel een van de weinige podia van mijn levend schrijverschap. Dit waakvlammetje is over na een zeer productieve periode die onder andere leidde tot het schrijven van honderden artikelen en twee boeken. Schrijven vereist naast vele andere kwaliteiten, vooral de wil om iets zwart op wit te krijgen. Die laatste is met het lengende licht weer aan het groeien. Ik verlaat dit pad, klop de modder van mijn schoenen, doe mijn jas uit en zet mij achter de laptop.

Lees verder: Ik schrijf, dus ik ben (Ruminatie van een wandelaar)

Mijn vrienden- en kennissenkring, mijn familie verwacht romans, gedichten, korte verhalen. Wat zij verwachten kan ik. Romans, gedichten en verhalen van eigen hand liggen zelfs in mijn la, Maar ik vind het niet af genoeg om ze nu al (na tien? twintig? dertig? veertig jaar?) het licht te doen zien. Natuurlijk een smoes om er niet echt mee aan de gang te hoeven gaan. Want als ik het waardeloos had gevonden, was het allang in de prullenbak beland. En ik vind bijna nooit iets af, ook deze tekst niet.

Dit gezegd hebbende, liggen mijn juwelen in (eeuwige staat van) wording nog altijd diep weggeborgen in mappen, achter plankjes, in kasten. Sommige teksten haal ik na een vluchtige inspectie in allerijl uit het stof tevoorschijn omdat de woorden beginnen te vervagen. Weinig is erger dan fraaie teksten die voor alle eeuwigheid ongelezen verdwijnen omdat ik verzuimde, ze tijdig over te schrijven.

Onder het kopje ‘Bijna weg’ wist ik ze ternauwernood te redden. Het was het waard, want ze bevatten zeker waardevolle elementen, net zoals ik uit oude schoolschriften mijn tekeningetjes knip en bewaar, want ze inspireren mij tot grotere tekeningen.

Ik heb veel meer geschreven dan wat de wereld van mij ziet; om uiteenlopende redenen zag ik altijd af van publicatie. Maar wat houdt mij tegen? In het pre-internettijdperk was publiceren onmogelijk, soms ook als je het graag wilde, want als je niemand kende die je op publicitair gebied kon helpen , hield het op. Of je moest zelf A4’tjes willen kopiëren van bundels bijeengehouden met een nietje die door het van hand tot hand gaan al snel onooglijke vodjes werden die je bij een sjofel kraampje kon gaan aanprijzen, of op een tafel tijdens bruiloften en partijen bij buren, vrienden en familie.

Gelukkig zijn de tijden veranderd. Ik heb een blog tot mijn beschikking waar ik héél theoretisch gesproken de hele wereld mee kan bereiken via het wereldwijde web. Ik zou dus zonder problemen dagelijks of vaker hier een publicatie het licht kunnen doen zien. Waarom gebeurt dit zo weinig?

Ik weet geen eenvoudig antwoord op deze vraag. Wel kan ik wat achtergronden schetsen die misschien enig licht werpen op de kwestie. Officieel publiceerde ik tot nog toe twee boeken: Esoterie in Begrijpelijke Taal en Van ’t Pad. Beide ontvingen lovende recensies, maar er werden weinig verkocht.

Ook ben ik bejubeld als schrijftalent, als iemand die het ver zou kunnen schoppen. Aan verwachtingen moeten voldoen, kan werken als een rem maar in mijn geval is dat flauwekul, want niemand zit mij op mijn huid en mijn situatie is onvergelijkbaar met die van een bestsellerauteur wiens uitgever hem voortdurend vraagt wanneer zijn nieuwe boek klaar is.

Onstuitbaar enthousiast kan ik aan het werk gaan, tegelijkertijd weet ik altijd direct een excuus om te stoppen. Zo schep ik mijn eigen moeras. En nee, ik laat de pen niet rusten omdat het winter is en bewolkt, want als de zon schijnt zeg ik: wat een mooi weer, zonde om binnen te gaan zitten schrijven.

Er zijn altijd redenen om niet te hoeven schrijven.

Er zijn altijd redenen om te schrijven.

Toch zoek ik een antwoord op mijn vraag. Een koffie en een klein uur verder, schiet het mij ineens te binnen. Sleutel is de titel van de bloemlezing al bleef ik eeuwig ongelezen. Hij bevat teksten van dichters die de Beweging van Tachtig (1880-1890) meden of bestreden. Zij waren of raakten uit de gratie van de waan van de tijd, toch schreven ze en publiceerden ze.

Al blijf ik eeuwig ongelezen…

Plaats een reactie

Poëzie op een winterdag

Hoorn des Overvloeds, © H.F. (Frank) Flippo 2025

‘Wat woorden al niet kunnen doen” zei een vriend eens vol verbazing toen ik hem ‘De Betoverde Bruidsnacht, een schimmenspel voor stemmen’ liet lezen van Jacques Hamelink. ‘De Droom van de Poëzie’ is een ander werkstuk van deze fantastische schrijver die ons helaas is ontvallen. De Betoverde Bruidsnacht is een theaterstuk met raadselachtige inhoud; een mengeling van een heksensabbat en een trouwerij met in de hoofdrol de oude en tandeloze Elvira Serafina Hunnebed. Een werk zoals er maar één keer een gemaakt wordt. Deze tweede blogpost van 2025 gaat over de betovering die woorden kunnen oproepen en die eigen is aan poëtische taal en aan dichtkunst.

Lees verder

Plaats een reactie

Les temps s’ écoule…

(Door Frank Flippo)

Tot mijn verbazing ontdek ik dat dit blog sinds 11 april 2023 heeft gezwegen. Creatieve ingevingen deelde ik sporadisch op Facebook en Quora, terwijl zilvervis.net toch mijn eigenste kanaal zou behoren te zijn. De laatste nieuwe post was de aankondiging van een door een derde gegeven en door mij georganiseerde workshop. Het laatste persoonlijke stuk is nog langer geleden, van 7 september 2022, over het plan honderden bomen te kappen bij Huis Doorn, dat ik met vele anderen wist te verijdelen maar waaraan deze woorden toch zeker zullen hebben bijgedragen.

Blog, ik heb u verwaarloosd. Mijn nederige excuses en ik ga mijn leven beteren.

Lees verder

Plaats een reactie

Gezonde slijmgroentes van eigen bodem

Het is voorjaar, tijd voor gezonde slijmgroenten ter ontgifting; van de boer, uit de winkel of zo van het veld!

Zilvervis's avatarZilvervis

Bloeiende postelein. Bron: Flickr, delincarter Bloeiende postelein. Bron: Flickr, delincarter

Okra, Chinese yam, lotuswortel zijn supergezond, vooral vanwege de slijmstoffen, meldden wij  kort geleden. Maar je hoeft niet zo ver te gaan. Dezelfde stoffen zitten ook in heerlijke inheemse groenten als postelein en kruiden als weegbree, lindebloesem en heemst. Hier zeven voorbeelden, met recepten om te genieten en voor je gezondheid.

View original post 617 woorden meer

Plaats een reactie

Mis het niet: vrijdag 14/4 workshop solliciteren met Lef!

De spanning op de Nederlandse arbeidsmarkt is ongekend groot.

Twee op de vijf werkende of werkloze Nederlanders zijn het afgelopen kwartaal minimaal één keer benaderd om van werkgever te veranderen, of te komen solliciteren.
Lees hier waarom anders solliciteren belangrijk is 👍🔝👍

𝗢𝗽 𝟭𝟰 𝗮𝗽𝗿𝗶𝗹 𝘃𝗮𝗻 𝟭𝟬.𝟬𝟬-𝟭𝟯.𝟬𝟬 𝘂𝘂𝗿 𝗴𝗲𝗲𝗳t Pieter Koevoets 𝗲𝗲𝗻 𝘄𝗼𝗿𝗸𝘀𝗵𝗼𝗽 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗱𝗲 𝗮𝗿𝗯𝗲𝗶𝗱𝘀𝗺𝗮𝗿𝗸𝘁 𝗮𝗻𝗻𝗼 𝗻𝘂.

📌 zit het werk, en welke beroepen bieden mindere kansen op de huidige markt?

📌En welke nieuwe beroepen komen in beeld op basis van jouw skills?

📌Wat zijn de hulpmiddelen die het UWV je gratis kan bieden om je weg te vinden in nieuw werkgeluk?

Laat je bijpraten over de hedendaagse arbeidsmarkt en leer aan welke “knoppen je kunt draaien” om in beeld te komen bij jouw nieuwe werkgever!

De workshop wordt gegeven in het mooie gebouw van het WWF-Netherlands (Wereld Natuur Fonds)
En onze gastheer is Frank Flippo , eventmanager bij Stichting JobOn

Ook al ben je nog niet ingeschreven bij Stichting JobOn en heb je nog een baan, dan kun je gewoon deelnemen.

Kijk voor de details hier: https://lnkd.in/eiQw5w98

Of lees het hele verhaal via LinkedIn:

Tags: , , , | Plaats een reactie

Falaise

Op zoek naar een authentieke zee ervaring landden we halverwege de Franse falaisekust in een stil dorpje dat zich wat ongemakkelijk tussen de krijtrotsen had genesteld. Er hing een indringende geur van vissekoppen en mosselschelpen. Op 20 meter van het strand vonden we ons onderkomen. Een sober geklede dame van middelbare leeftijd deed open, er hing triestheid om haar net te oude pullover, haar keurige kortgeknipte haren en vooral haar glimlach, met een wereld van verdriet achter haar beleefdheid. ‘Mijn man is kort geleden overleden.’ Haar fijngesneden Franse gezicht vol lijntjes van subtiele melancholie.

Ze zei het terloops, alsof je een scheefstaande bloem bij het langs lopen even terug op zijn plek schuift tussen de rest van het boeket. Een boeket was zij ook, vol waardige distinctie. Geen een om snikkend je gezicht in te begraven, maar om peinzend en bewonderend naar te kijken.

‘Deze dingen zijn de basis, de rest spreekt voor zich’, zei ze ter afsluiting van haar korte instructie en overhandigde ons de sleutels. ‘Veel plezier in ons huisje’. En ze vertrok.

Die middag hulde een fijne mist die vanuit zee op kwam zetten, de straten in een ijle betovering waar de zon nog net doorheen kwam. ‘Bijzonder dit’, zei ik tegen een ober in een restaurant aan het haventje. ‘Vinden wij ook’, antwoordde hij. ‘Dit is vrij zeldzaam.’

Door de vallende duisternis, in de groeiende mist, wiekte met weidse, trage vleugelslagen een grote witte vogel weg. Ik keek hem na tot hij om de hoek van het klif verdween.

Geplaatst in Literaire onderwerpen, Reisverhalen | Tags: , , | Plaats een reactie

Vier geheimen van gelukkige mensen

Zilvervis's avatarZilvervis

Bron: Dan Queiroz, Flickr Bron: Dan Queiroz, Flickr

Geluk hebben en gelukkig worden is zeker niet alleen een kwestie van toeval. Dit concludeerde de Britse psycholoog Richard Wiseman na een tienjarig onderzoek. Geluk hangt in belangrijke mate af van iemands eigen houding. Geluksvogels zijn geneigd om mogelijkheden op te merken en te grijpen die hun geluk dichterbij brengen. Tobbers hebben het te druk met tobben om die op te merken.

View original post 762 woorden meer

Plaats een reactie

Bomenkap van de baan

Tot onze grote opluchting mogen de bijna 500 bomen die bij Huis Doorn gekapt zouden worden, toch blijven staan. Ik plaatste een opiniestuk in De Volkskrant dat werd overgenomen in het Nederlands Dagblad en mobiliseerde omwonenden in hun protest, samen met onder andere Jaap Holwerda die zich sinds jaar en dag als vrijwilliger inzet voor Huis Doorn en voor het behoud van natuur en monumenten in zijn woonplaats Driebergen. Het kapplan zorgde voor veel onrust, er kwamen petities en het Rijksvastgoedbedrijf ontving vele brieven. Het RVB moet nu een nieuw plan maken met behoud van alle bomen. Ieder die ons steunde in ons verzet, wil ik bij deze bedanken. Blijft waakzaam…en laten we ons ook wat ogenblikken van blijdschap gunnen en trots….

Tags: , , , | Plaats een reactie

Zelfs de dolle houthakker Kaiser Wilhelm maakte minder kapot dan het Masterplan van het RVB

In Doorn staat een prachtig bos op het punt van omvallen. Dat komt niet door de huidige droogte, die heeft het glansrijk doorstaan. Als dit bos al valt dan zal de oorzaak zeker de mens zijn. Wie anders dan hij? In dit geval: de projectontwikkelende, masterplannende vastgoedmens bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Het is nog niet zo ver. Het is alleen nog maar een plan van het RVB, al doet zij voorkomen dat het al beklonken is. Dat is het niet. Een tip van de sluier: in het masterplan moeten 484 grote gezonde beuken om, variërend in leeftijd van 75 tot 200 jaar.

Beuken bij Huis Doorn, foto: Frank Flippo

(Door Frank Flippo)

Het parkbos rond Huis Doorn is oud, karakteristiek en fotogeniek. Het is een geliefde trouwlocatie en evenementenlocatie, het is een beeldmerk van Doorn en favoriet bij evenementen met een historisch tintje. Hollywood-filmster Audrey Hepburn bezocht er haar familie, de Duitse keizer vond er een hooggewaardeerde toevlucht. Vele generaties groeiden op onder deze boomkruinen. Mede aan Huis Doorn dankt de Utrechtse Heuvelrug het epitheton ‘de streek die zichzelf is gebleven’.

Misschien is dit binnenkort verleden tijd. Misschien krijgt het Rijksvastgoedbedrijf van het college van Utrechtse Heuvelrug toestemming om te gaan kappen. Kappen zou betekenen dat de kip met de gouden eieren wordt geslacht. In het sprookje slachtten ze hem om bij de goudbron te komen. Maar in het doodgemaakte lichaam was niets anders te zien dan het inwendige van een kip. Nooit meer legde hij gouden eieren. Als hij in leven was gebleven, had hij rijkdom kunnen blijven schenken aan iedereen die in zijn buurt kwam. Zo lang de oude beuken bij Huis Doorn blijven leven, zullen ze koelte, schaduw, zuurstof schenken, en een weldaad voor de ogen aan iedereen die ze bezoekt.

Overlevers

Enigszins badinerend noemt het RVB dit ‘sentimenten’ en dient een recept voor vernietiging op met aantrekkelijke eigentijdse woorden als vernieuwing, verjonging en diversiteit. 484 grote oude beukenbomen variërend van 75 tot 200 jaar oud kapot maken om plaats te maken voor ‘droogtebestendige soorten’.  

Argument: beuken zullen toch niet meer bestand zijn tegen de droge tijden die ons wachten. Dit is naar mijn mening een volstrekt gelegenheidsargument dat geen ‘hout snijdt’. Het is namelijk in strijd met hoe de natuur functioneert en hoe soorten zichzelf evolutionair versterken.

Dieren- en plantensoorten bewijzen hun kracht en overlevingsbestendigheid vooral in klimatologisch moeilijke tijden. Waar anderen afsterven, blijven er bijna altijd populaties over die tegen alle verwachtingen in uitstekend de nieuwe omstandigheden het hoofd kunnen bieden en dan vooral als het een groep is (zoals de populatie beuken). Levende wezens zijn geen identieke monolithische eenheden. Zij zijn individuen met een eigen genenpool. Hierdoor gebeurt het schijnbaar onwaarschijnlijke toch steeds opnieuw: vissen die op het land leren leven, woestijnratten die onmogelijk hete omstandigheden te boven komen, en bomen die ondanks grote droogte er over een eeuw gewoon nog zijn. In Australië werd een paddensoort uitgezet. Binnen een generatie leerde het van oorsprong trage dier hard rennen en het vochtige dier leerde zijn sappen te behouden om te overleven in de woestijn. In Noorwegen ligt het noordelijkste bos ter wereld. Stabbursdalen, met unieke exemplaren die het hoofd kunnen bieden aan veel grotere kou dan hun soortgenoten…terwijl het ogenschijnlijk dezelfde bomen zijn als hun zuidelijker levende kameraden. Misschien onderschatten de vastgoedmensen van het RVB de veerkracht van de natuur.

Waterreservoir

‘De beuken kunnen in de toekomst niet tegen de droogte, dus we halen ze preventief neer’. Het is een parafrase, maar geeft zo ongeveer de redenering weer. Met ditzelfde argument kunnen de overige half miljoen tot miljoen beuken in ons land ook alvast allemaal tegen de vlakte. Eigenlijk is het een antwoord op de vraag: hoe kunnen we in sneltreinvaart de opwarming van de aarde en de verdroging verder opjagen?

Elke beuk die op dit moment in leven is, betekent bovendien een enorm levend waterreservoir dat niet zomaar verdampt, maar zijn uiterste best doet dat water te behouden. Dus wat gebeurt er als in een klap niet één beuk, maar een grote lap gezond volwassen beukenbos verdwijnt?  Bomen in de omliggende bossen zullen het moeilijker gaan krijgen, sneller verdrogen, meer last krijgen van wind en gevoeliger worden voor ziekte en beschadiging.

In Duitsland heeft men dit soort vochtregulerende natuurlijke mechanismen al begrepen. Waar ‘drogere’ bomen als dennen wegkwijnen, planten ze daar in de beekdalen beuken aan. Hier in Nederland zijn we kennelijk nog niet zo ver. Want het RVB  stelt voor, beuken te vervangen door ‘droogtebestendige’ jonge aanplant. Wie kan zich de vele reeksen landelijke boomplantdagen herinneren waarin schoolkinderen zaailingen in de grond duwen? Is uit al die plantdagen ooit een substantieel bos uitgegroeid? Boomplantdagen zijn een product van marketing. Jonge aanplant is hartverwarmend, maar kan in de verste verte geen oude, volgroeide boom vervangen. Een jong sprietje genereert bijna geen zuurstof, werpt geen schaduw, bevat weinig water. En is veel gevoeliger dan een stoere oude boom. Vergelijk het met uilskuikens tegenover een grote volwassen oehoe.

Jonge zaailingen gaan vaak dood omdat ze in aanplantperken zijn gepoot. In de natuur hebben ze meer overlevingskansen omdat ze tussen oude reuzen in staan die hen helpen bij het opgroeien. Naakt en kwetsbaar, beschermd door metaalgaas tegen vraat staan ze in de zengende zon. Een mensengeneratie verder en wat kon overleven, wordt een beginnend stukje bos. Als oude bomen om gaan, treurt de omgeving om de teloorgang van wat best tegen een stootje kon…. Maar niet tegen de motorzaag.

Uit ander hout gesneden

De Utrechtse boswachter Joris Hellevoort schreef een boek over bijzondere bomen, en in het NOS- journaal van 7 september 2022 zei hij: zie je deze 600-jarige eik? Hij is zo oud kunnen worden doordat hij lange droogteperiodes en stormen heeft overleefd. Laten we zuinig zijn op de oude bomen die we hebben, want ze vertegenwoordigen uithoudingsvermogen zonder weerga.

Stel nu dat we de huidige droge periode omschrijven als het klimaat dat een griepje heeft. Ineens ligt het argument van het RVB dan in lijn met politieke beslissingen rond de intensieve veehouderij, waar omwille van een griepje soms honderdduizenden dieren preventief worden geruimd. ‘Zo’n griepje is gevaarlijk, dus we maken ze gelijk maar allemaal dood’.

Zoals we in de natuur zien, zijn er ook bij vernietigende ziekten altijd individuele overlevers. Zij die een crisis te boven komen zijn doorgaans uit sterker hout gesneden dan zij die het niet redden. Je hoeft ze alleen maar de kans te geven, zich te bewijzen. Dus vooral niet gaan zagen.

Het RVB schreef een versluierde oproep tot massale kap met het overheidslogo erboven, vol paaiende woorden als diversiteit, en met onder haar mantel een voor bomen dodelijk wapen: de motorzaag. Naar de motieven om in deze tijden van door ontbossing veroorzaakte verdroging, bijna 500 grote beuken om te halen, is het slechts raden.

Nu al merken wij dat patronen van regenbuien aan het veranderen zijn omdat de bossen ontbreken die hen geleiden op hun weg over de planeet. In deze alarmerende tijden een vochtig en rijk oud loofbos onder het mom van ‘vernieuwing’ plat leggen, grenst aan waanzin. Zelden leken de begrippen vernieuwing en vernieling zo congruent.

Het RVB rept van sentimenten onder de bevolking omdat het een historisch en monumentaal park is. Het is veel meer dan sentimenten. Het is het besef dat niet alleen een dorpsgezicht en een landschap wordt aangetast, maar dat het meest bosarme land op het Europese continent op het punt staat nog armer te worden aan bos.

De voormalige bewoner van Huis Doorn, Keizer Wilhelm van Duitsland, was een enthousiaste houthakker-hobbyist. Hij ging flink tekeer met zijn bijl, tot zijn personeel hem er beleefd op wees dat als hij zo nog even doorging, hij vanaf de weg zichtbaar zou worden tijdens zijn dagelijkse wandelingen in het park. Toen besloot de keizer het een tandje minder te doen.

Het RVB zou een puntje kunnen zuigen aan de inkeer van Wilhelm in deze. Ik zou haast wensen dat de familie van de keizer het totale landgoed weer in bezit zou krijgen. Momenteel bezit zij slechts het mausoleum met de resten van de keizer erin. Het is immers aan de adel te danken dat wij in Nederland nog een aantal respectabele kasteelbossen bezitten met oude bomen. Niet aan het RVB.

En nimmer zou een Hohenzollern het in zijn hoofd halen, het ganse voorvaderlijke bos in een kale vlakte te veranderen en al het hout in planken en spaanders omwille van een ‘masterplan’.

Frank Flippo is journalist en schrijver.

2 reacties