“Rond 1980 vonden de meeste mensen computers maar spielerei”

Jeroen van Rijswijk

Jeroen van Rijswijk

Jeroen van Rijswijk (57), hoofd Interne Dienstverlening van Facilitaire Zaken, Secretarie, gemeente Utrecht, begon zijn carrière met het opbergen van stukken in dossiermappen. “Van de eenvoudigste functie in schaal 1, groeide ik door naar mijn huidige managementfunctie.” Jeroen bleef altijd die rustige luisteraar, begaan met mensen; iemand voor wie status of geld geen hoofdzaken zijn. Wat wel? “De organisatie en de medewerkers optimaal helpen.”

Na de Mulo wilde Jeroen meteen aan het werk en solliciteerde in 1970 bij de gemeente. “Een bewuste keus, die ik met de kennis van nu niet meer zou maken. Maar in die tijd was het vrij gebruikelijk om jong te gaan werken en daarnaast in de avonduren verdere opleidingen te volgen.”

Hoe kwam je bij gemeente Utrecht?

”Ik wilde bij de gemeente Utrecht werken en die bood een goed salaris en goede arbeidsvoorwaarden. En ik doe graag iets voor mijn stad. Geboren op de Oudegracht, voel ik me op en top Utrechter: ‘Als ik de Dom zie, ben ik thuis’. Ik schreef een open sollicitatiebrief aan de gemeente en zo begon ik bij het Centraal Salaris Bureau, dat na reorganisatie opging in de huidige C.A.P. van de Sector P.O.I. (Personeel, Organisatie & Informatisering). Het eerste anderhalf jaar borg ik alleen maar salarisspecificaties in dossiermappen op. Maandelijks zo’n 7000. Ik heb heel wat van die stapels weggewerkt. Later ging ik meer boekhoudkundig werk doen en vervulde daarna nog diverse functies binnen die afdeling.”

Wat was een beslissende stap in je carrière?

“De grootste stap maakte ik na de invoering van de pc’s.  Weinig medewerkers toonden zo rond 1980 belangstelling voor computers, ze vonden het maar spielerei. Ik had die interesse wel en werd een van de eersten die ermee kon omgaan. Ik leerde onder andere programmeren in Basic en schreef een bruto-netto programma dat sneller en betrouwbaarder werkte dan de handmatige berekeningen. Dat bleek een omslagmoment. Er werd ineens anders aangekeken tegen computers en computervaardigheden. Dit gaf mij weer nieuwe mogelijkheden en ik volgde de ene computercursus na de andere.

In 1992 werd ik hoofd CAP en daarmee verantwoordelijk voor de salarisadministratie en beheerder van alle persoonsgegevens. Leidinggevende worden was nooit mijn ambitie. Toch kwam ik vanuit een van de laagste functies uiteindelijk bij de hoogste uit. Frans Bolte, een van mijn voorgangers als hoofd CAP, benaderde mij in 1995 voor een functie bij Facilitaire Zaken en daar ben ik nu hoofd Interne Dienstverlening (Bodedienst en Locatiemanagement).”

Hoe ziet je dag eruit?

“’s Ochtends behandel ik mijn mails en overleg ik eerst met de bodes omdat zij daarna de hele dag onderweg zijn. Verder vandaag een voortgangsgesprek met een taalstagiaire. In een taalstage doet iemand vooral ervaring op met het Nederlands. Want goed Nederlands spreken, opent vele deuren. Ik praat vandaag met het hoofd P&O van de Dienst Wijken over de verhuizing naar de Neudeflat. Daarna overleg met iemand uit het onderwijsveld over de stage-inhoud van leerling-beveiligers. Tenslotte een gesprek met het OGU over de toekomstige gemeentebrede bundeling van alle facilitaire diensten in een Shared Service Center.”

Geolied

“Over mij zeggen ze wel dat ik de hele dag maar wat rondloop. Maar ik kan mijn werk alleen goed doen als ik met iedereen contact heb. En dat wil ik ook. Iedereen heeft recht op aandacht, ook de zieken. Als je zelf ziek wordt, wil je ook dat mensen luisteren en belangstelling tonen. Sociale uitsluiting is vreselijk. Toen ik zelf een hersentumor had, merkte ik dat sommige collega’s mij ineens gingen negeren uit angst erover te moeten praten. Bij mij werkt het andersom. Heeft iemand iets vreemds, dan wil ik dat graag bespreken en vragen hoe dat zit.”

Wat wil je nog bereiken in je werk?

“Dat de facilitaire ondersteuning steeds meer geolied verloopt, dat de huishouding op orde is. Een geslaagde dag betekent: het gevoel krijgen, dat de afdeling en ik iets voor anderen hebben kunnen betekenen. Ten dienste staan van anderen wordt door sommigen ten onrechte gezien als onderdanigheid. Ik vind het belangrijk iets voor een ander te doen, zonder dat ze het hoeven vragen. Dat betekent dat je gevoel ontwikkelt voor wat mensen van je willen, zonder dat daarvoor lange gesprekken nodig zijn. Tegenwoordig noemen ze dat omgevingsbewustzijn.”

Hoe maak je dat concreet?

“Een voorbeeld: een Turkse vrouw die hier schoonmaakt, durfde me eerst nauwelijks te groeten. Niemand zei iets tegen haar, en zelf keek ze alleen richting de grond. Toch groette ik haar steeds wanneer ik haar ergens op de gang tegenkwam en zo ontstond een contact. Vanuit dit contact durfde ze nu ook haar zorg uit te spreken over de wisseling van schoonmaakbedrijf en de consequenties daarvan voor zichzelf. Mede omdat wij erg tevreden over haar werk waren, heb ik kunnen regelen dat zij kon blijven. En dát vind ik nu leuk!”

(Dit artikel verscheen in 2007 in ’t Bureaublad van gemeente Utrecht)

Lees ook

Bart Hobo, hoofd Vergunningen gemeente Utrecht

Thieu Schwitzner bemiddelaar in sociaal vastgoed 

Monique Verbeek over het Nieuwe Werken

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Interview, Zakelijk en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s