Zijn biologische producten echt beter? Een kritische blik

Bron: The Garden Smallholder, Flickr

Bron: The Garden Smallholder, Flickr

Termen als onbespoten en duurzaam scheppen hoge verwachtingen bij consumenten. Maar is ‘biologisch’ ook echt beter? In een kritisch artikel van de Süddeutsche Zeitung onderzoekt de Duitse krant hoe ‘schoon’ biologisch eten is, hoe milieuvriendelijk de methodes werkelijk zijn, en hoe diervriendelijk de biostallen. Conclusie: je bent wel degelijk beter af met biologisch, maar verwacht er niet alles van.

“Dioxine in biologische eieren!” schreeuwden kort geleden diverse Duitse krantenkoppen. Veel lezers reageerden verontwaardigd. Maar er was strikt genomen weinig aan de hand. Dioxine komt ook voor als natuurlijke afzetting in de grond. Biologische kippen lopen veel meer dan andere kippen buiten in de grond te pikken en te wroeten, en dan komt de dioxine natuurlijk ook in de eieren.

Zulke krantenkoppen verontrusten vanwege onze hoge verwachtingen van biologische producten. Om het label “Bio” hangt een aura van heiligheid, zegt Urs Niggli, directeur van het Zwitserse onderzoeksinstituut voor biologische landbouw. Want waarom kopen mensen biologisch? Vijfduizend lezers van de Süddeutsche Zeitung vulden een vragenlijst in over hun motieven om biologisch voedsel te kopen. De meerderheid had dierenwelzijn als belangrijkste motief.

Onderzoek naar biologische landbouw en dierenwelzijn

Maar zijn de dieren in de biologische landbouw echt beter af? Van zeven biologische labels bleken na onderzoek slechts drie (Bioland, Demeter en Biopark) expliciet in advertenties aan te geven zich actief in te zetten voor dierenwelzijn. Dit gebeurt met weinig enthousiasme. Biologische veehouderij biedt ontegenzeglijk voordelen voor dieren: ze krijgen iets meer leefruimte, uitloopgelegenheid en afleiding dan elders, en afknippen van varkensstaarten en het inkorten van kippensnavels blijft hen meestal bespaard.

Conventionele boeren zijn geen sadisten. Ze nemen zulke maatregelen om te voorkomen dat opeengepakte dieren elkaar gaan mutileren. Varkens bijten elkaars staarten af, zich vervelende kippen pikken elkaar tot bloedens toe en pikken elkaar zelfs dood. Dieren ervaren stress wanneer ze in heel grote groepen samen zijn met te weinig ruimte, Dat gebeurt op biologische boerderijen in zulke omstandigheden ook. En dat komt voor, want de verschillen zijn kleiner dan menigeen denkt. Een ‘gewoon’ varken krijgt  1 vierkante meter. Een volwassen biologisch varken krijgt in Duitsland anderhalve vierkante meter leefruimte. Meer zit er niet in, ook niet bij de veelgeprezen merken Bioland en Demeter. In de biologische pluimveehouderij zitten op die anderhalve vierkante meter negen kippen. Demeter is hierin de enige uitzondering, daar krijgen kippen 50% meer oppervlakte dan. Is dat voldoende?

Pikgedrag

Ook biologische kippen pikken elkaar, en meer, naarmate ze krapper leven en in grotere groepen. Zelfs bij biologisch-dynamische producten betekent het niet dat tien kippetjes vrolijk tokkend over het erf waggelen. Ook daar zetten boeren 3.000 legkippen in één stal. Dat gebeurt binnen alle eco-merken. Vanwege de prijsdruk in de foodsector zijn van alle dieren, biologisch en niet-biologisch, de leefomstandigheden naar beneden toe bijgesteld. Neem nu vleeskuikens, een soort gefokt op productie van kipfilets. Op hun borst groeit zo veel vlees dat hun benen vervormen onder het gewicht. Vaak moeten ze hun  borst op de grond leggen, waarvan ze wonden en ontstekingen krijgen.

“Deze ‘martelrassen’ worden juist in de biologische veehouderij het meest gebruikt,” zegt Lisa Wittmann van de dierenrechtenorganisatie Peta. De natuurlijke levensverwachting van deze dieren is tien jaar, maar na 80 dagen eindigt hun leven onder het mes. Zo gaat het met alle dieren. Koeien geven zes keer meer melk dan ze in natuurlijke omstandigheden zouden geven. Omdat er onnatuurlijk veel uit komt, moet er ook onnatuurlijk veel in: enorme hoeveelheden krachtvoer. Hun spijsverteringssysteem is daar niet op gebouwd waardoor ze ernstig ziek kunnen worden. Helaas beperkt dit probleem zich niet tot de gangbare landbouw, aldus de Duitse dierenarts en dierenbeschermer Thomas Richter.

De meeste mensen denken dat in de conventionele landbouw dieren in veel slechtere omstandigheden leven. De beelden van de enorme, schemerige hallen met tienduizenden kippen die radeloos, gewond en vies vegeteren richting een voortijdige dood, blijven wel hangen. Maar hoe is het in het algemeen gesteld met dieren in de biologische sector?

De schattingen lopen uiteen. De Duitse Animal Welfare Association zegt dat in de biologische landbouw aanzienlijk meer wordt gedaan aan dierenwelzijn. Maar ze voegt er in één adem aan toe, dat ook daar de focus “niet zozeer ligt op de bescherming van dieren”. Dierenrechten-ethicus Hilal Sezgin: “Natuurlijk zitten ook in de biologische veehouderij dieren opeengepakt en kunnen daardoor niet hun soortspecifieke gedrag vertonen. Ook daar worden dierenfamilies  uit elkaar gerukt. Meestal zijn de dieren zo gefokt, dat ze fysiek moeten lijden.”

Biologisch wel milieuvriendelijker

De tweede hoofdreden die lezers opgaven om biologisch te winkelen was dat biologische producten minder belastend zijn voor het milieu. Deze aanname blijkt grotendeels te kloppen.

Het Duitse ministerie van Milieu beveelt daarom biologische landbouw aan, omdat die voor een relatief geringe stikstofuitstoot zorgt.  Biologisch landbouw is ook veel minder belastend, dankzij het verbod op chemische landbouwgiffen. Die verdelgen ook nuttige organismen als amfibieën. Ook de bijensterfte is op zijn minst ten dele terug te voeren op het gebruik van pesticiden. Er leven gemiddeld dertig procent meer plant- en diersoorten op biologische akkers dan op niet-biologische.

Ook gunstig is dat biologische boeren meer aan vruchtwissel doen en vaak stoppels en plantenresten op het land laten waardoor de bodem minder uitloogt. Omgekeerd kun je echter stellen dat biologische landbouw vanwege de geringere opbrengst per hectare meer grond nodig heeft en dus onttrekt aan de natuur. Overigens waren er conventionele boeren in het onderzoek die plant- en diervriendelijker werkten dan sommige bioboeren.

Duurzaam is ook zo’n toverwoord. Biologische landbouworganisaties zijn er niet al te scheutig mee. Sommige biologische boeren verbouwen zelf voedsel, voeren dat aan de dieren en gebruiken de mest daarvan op hun land. Een uitgebalanceerd systeem dat circulaire economie heet. Lang niet elke biologische boer werkt zo. Zelfs zij die grotendeels circulair werken, weten niet hoe duurzaam hun economieën precies zijn. Daarom heeft de Duitse Agricultural Society DLG een duurzaamheidscertificaat ontwikkeld dat variabelen als stikstof/ humusbalans, biodiversiteit en broeikasgassen-uitstoot bijhoudt. DLG onderzocht dertig biologische boerderijen, Conclusie: de meeste van hen werkten niet circulair, maar conventioneel.

Conclusie

Wie dierenbescherming na aan het hart ligt, staat voor de moeilijke beslissing hoeveel welzijn hij de dieren gunt.  Ook in de biologische landbouw lijden dieren, anderzijds is een totaal diervriendelijke houding nauwelijks betaalbaar. Om voor jezelf een hanteerbare maat te vinden, kun je het beste zelf op de boerderij komen kijken en ter plekke je vlees kopen. En kijk welk label het meest diervriendelijk is.

Consumenten daarentegen die de milieubescherming na aan het hart ligt, zijn goed af met biologisch. Ook de duurzame landbouw krijgt op de biologische akkers meer ruimte. Op dit vlak kunnen consumenten zelf veel doen, bijvoorbeeld verspilling vermijden.

Wie tegen gentech is, is bij biologische producten aan het goede adres. Dat geldt ook voor mensen, die antibiotica in dierenmest beperkten willen. Bioboeren zijn veel terughoudender met het inzetten van deze medicijnen.

De hoop dat je met biokost gezonder blijft, moet getemperd worden. Menige biogroente is rijker aan voedingsstoffen dan vergelijkbare conventionele waar, en bevat nauwelijks pesticiden. Maar, het is niet doorslaggevend aangetoond dat het beter is voor de gezondheid. Er is een “opeenstapeling van aanwijzingen” dat biologisch gezonder is, maar er is helaas te weinig onderzoek gedaan om echt zekerheid te hebben.

Kortom, biologisch hoeft niet in alle opzichten automatisch goed te zijn, net zomin als een conventionele boer altijd slecht bezig is; er zijn namelijk gevallen bekend van gewone boeren die hun dieren en gewassen een beter leven bezorgden dan hun ‘biologische’ boer. Het beste lijkt altijd nog: zelf komen kijken waar je eten vandaan komt, en het zo mogelijk ter plekke kopen.

Bron: Süddeutsche Zeitung

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van onder andere 'Esoterie in begrijpelijke taal', (non-fictie verschenen maart 2013). Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Ecologie, Economie en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Zijn biologische producten echt beter? Een kritische blik

  1. Pingback: Een megastal in Doorn? Daar zit een luchtje aan… | Zilvervis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s