Waarom antioxidanten, sporenelementen en andere fytonutriënten gezond zijn

Bron: Cyn74, Flickr

Bron: Cyn74, Flickr

Groente en fruit bevatten gezonde voedingsstoffen die je afweer gaande houden en maken dat je lichaam voedingsstoffen kan opnemen. Planten maken zelf chemische verbindingen aan, zoals vitamines, flavonoïden en antioxidanten. Maar planten bevatten ook kleine hoeveelheden mineralen die zij opnemen uit de aarde en de lucht. Die heten “sporenelementen” , omdat ze in uiterst kleine hoeveelheden voorkomen. Waarom heb je deze voedingsstoffen nodig, hoeveel moet je ervan binnenkrijgen en wat moet je eten om dat voor elkaar te krijgen? Dat lees je hier.

Nieuwe ontdekkingen

Wetenschappers ontdekken steeds vaker hoe belangrijk deze stoffen zijn in onze voeding. Een onderzoek in 2008 van professor Gomez-Pinilla van de Universiteit van Californië demonstreerde  hoe mineralen en fytonutrënten de hersenen stimuleren en mogelijk mentale stoornissen voorkomen. Gómez-Pinilla neemt als voorbeeld blauwe bessen, vol mangaan, antioxidanten, virtamine A en K. Die verbeteren leerprestaties en het geheugen. Dit komt doordat de mineralen en fytonutriënten de zenuwuiteinden (synapsen) elastischer maken, waardoor ze meer informatie kunnen verwerken.

Een onderzoek uit 2011, gepubliceerd in het toonaangevende medische blad Gut, liet zien dat hoge concentraties van nikkel en selenium het risico op alvleesklierkanker verminderen. Mineralen als arsenicum en cadmium verhogen dat risico juist. Onderzoekers vonden 12 sporenelementen in de teennagels van 118 patiënten en vergeleken die met 399 mensen zonder kanker. Patiënten met het meeste cadmium en arseen hadden drie keer zoveel kans op alvleesklierkanker dan zij met de laagste waarden. Zij met het meeste lood in hun nagels hadden zelfs meer dan zes keer zoveel kans op alvleesklierkanker. Mensen met de meeste nikkel en selenium hadden gemiddeld 60% minder kans, alvleesklierkanker te hebben, vergeleken met zij die de laagste waarden hadden aan nikkel en selenium.

De onderzoekers overwegen seleniuminname te testen als preventieve maatregel voor mensen met veel kans op alvleesklierkanker. “Onze resultaten ondersteunen een sterk verhoogd risico op alvleesklierkanker voor mensen met hoge cadmium-, arsenicum- en loodgehaltes, en een omgekeerd verband voor mensen met veel nikkel en selenium. Deze uitkomsten wijzen op de belangrijke rol van sporenelementen in het vormen of voorkomen van alvleesklierkanker.”

De rol van fytonutriënten en sporenelementen is een nog grotendeels onontgonnen terrein. Sommige onderzoekers denken dat er wel 40,000 fytonutrienten bestaan. Zij verwachten dat die ooit volledig begrepen en gecategoriseerd zullen zijn. Het is nogal een aantal. Maar in de laatste dertig jaar zijn er al vele honderden geïdentificeerd, en even zovele worden onderzocht vanwege hun gezonde effect.

Waar zitten ze?

Flavonoiden vindt je in bijvoorbeeld soja, rode klaver, lijnzaad en rogge,  Er is al veel onderzoek verricht naar hun vermogen te beschermen tegen hormoonafhankelijke kankers zoals borstkanker. Andere belangrijke fytonutriënten zijn organische zwavelverbindingen zoals je die je vindt in alle leden van het geslacht Kool  (zoals broccoli en spruiten) en in groenten als ui en knoflook. Deze verbindingen werken sterk ontgiftend. Er wordt zelfs geroepen dat ze pesticiden tenietdoen

Waarom maken planten al die gezonde fytonutriënten? Allereerst om zichzelf te beschermen. Fytochemicaliën beschermen levende planten tegen vraat, bederf en UV-straling. Ze werken ook bij ons. Zo beschermt vitamine D in zongedroogde paddestoelen ons tegen UV-licht. En mineralen zitten in alles wat dood is, zoals stenen. Maar ook in alles wat leeft. In planten, dieren en in ons eigen lijf.

Bijvoorbeeld in het vocht van onze lichaamscellen, zo’n tweederde van ons gewicht.  Eenmaal via de darmen opgenomen in de bloedstroom vervullen mineralen tal van functies. Cellen kunnen er zichzelf mee vernieuwen en delen. Ons lichaam kan er het zuur/basenevenwicht mee handhaven, de spierspanning, de zenuwactiviteit, de hormoonbalans. Mineralen verstevigen botten en stabiliseren het vloeistofpeil in de hersenen. Ze maken dat we energie uit voedsel kunnen halen. Opgesplitst in ionen, werken ze als geleider voor de elektrische stroompjes die al onze lichaamsprocessen aansturen. Elektrolyten heten ze dan.

Macro en micro

Van sommige stoffen heb je meer nodig (macronutritiënten) , dat zijn vetten, eiwitten en koolhydraten. Van andere weer minder, die heten micronutritiënten:  vitamines en mineralen. ‘Micro’ is relatief, want van kalk, fosfor, magnesium, kalium, natrium, chloor en zwavel heb je naar gelang het mineraal een  dagelijkse behoefte van 500 tot 1000 milligram. Calcium ondersteunt botten, zenuwen, spieren, bloedvaten, hartritme en bloedstolling. Chloride ondersteunt maagzuur en amylase, een enzym in speeksel. Zwavel maakt insuline mogelijk, een hormoon dat cellen energie laat ontvangen in de vorm van glucose. Zwavel is ook goed voor huid, nagels, haar en hersenen.  Kalium reguleert onze natriumbalans, bloeddruk, spierfunctie, zenuwimpulsen en het verwerken van eiwitten. Natrium is cruciaal voor bloedproductie, spieren, zenuwen, en de vloeistofdruk. Fosfor helpt energie opslaan en vervoeren, stabiliseert lichaamscellen en zenuwactiviteit.

Van micromineralen als mangaan, koper, jodium, zink, kobalt, fluoride en selenium heb je dagelijks maar enkele microgrammen nodig. Maar voor de werking van je hormoonklieren en je celstofwisseling zijn ze onontbeerlijk.

Fytonutrienten en je dieet

Er bestaat geen officieel aanvaarde dagelijkse richtlijn voor consumptie van fytochemicaliën. Daarvoor weten we nog te weinig van hoe wij fytonutriënten opnemen en verteren, en van de chemische samenstelling van voedsel. Gezondheidsinstituten roepen voor de zekerheid dat je veel fruit en groente moet eten, zodat er in elk geval veel naar binnen gaat. Vergeet daarbij de bonen niet. Ze verlagen cholesterol, reguleren bloedsuiker- en insulineproductie, bevorderen gezonde spijsvertering en beschermen tegen kanker. Vezels, eiwitten en antioxidanten: denk je dan aan granen, vlees en fruit? Bonen hebben al die drie tegelijk.

Andere voorbeelden van planten vol fytonutriënten zijn kaneel, paprika, koriander, gember en komijn. Kaneel reguleert bloedsuiker en verbetert de insulineresistentie bij diabetici. Paprika, verhoogt waarschijnlijk de goede cholesterol. Gember, koriander en komijn bevorderen een goede spijsvertering

De meeste fytonutriënten vind je in het fruit en de groenten van het seizoen, gehaald bij de boerenmarkt in je eigen buurt. Omdat die weinig gereisd hebben, zitten ze tjokvol heilzame voedingsstoffen. Fruit en groente lekt onderweg voortdurend waardevolle voedingsstoffen weg. Hoe langer de reistijd, hoe minder kwaliteit.  Snel erbij zijn dus, zo lang het fruit nog strak staat en de blaadjes overeind!

Bronnen: Huffingtonpost, Medical News Today

 

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Gezondheid en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s