Poging tot beklimming ener Vulcaan

Het lavaveld bij de Paricutìn. Foto: Thomassin Mickaël, Flickr

Het lavaveld bij de Paricutìn. Foto: Thomassin Mickaël, Flickr

(Mexico, november 1998)

Vandaag gaan wij de nog geen eeuw oude vulkaan Paricutìn beklimmen. Begin jaren ’40 zag een Indiaanse boer tijdens het ploegen rook uit de grond komen. De rook werd dikker en veranderde in vuur. Binnen een paar dagen was het een vuurzee. Fonteinen van vlammen, as en wolken braakte de aarde uit een steeds groter wordend gat. IJlings namen de dorpelingen van het nabij gelegen gehucht de benen. Het enige stenen gebouw in het dorp, een kerkje, bleef als eenzaam menselijk baken achter in de kokende lavamassa’s. Toren en het dak steken nog altijd fier omhoog tussen de gestolde lavabrokken.  Paricutín rookt nog steeds, al is hij volgens vulkanologen definitief tot rust gekomen.

Kerk en krater zijn te bezichtigen, en de vulkaankegel is volgens onze reisgids een van de meest toegankelijke in Mexico. Je kunt erheen lopen via het lavaveld. Of je huurt paarden, dan moet je ook het paard van de gids en de gids zelf betalen.  Lopen lijkt me avontuurlijker en mijn hoofd staat voor de verandering eens niet naar liefdadigheid. Het hele dorp door achtervolgen de gidsen ons. Zij draaien hun verhaal af, terwijl wij zwijgend naast hen voortlopen.

We betreden een winkeltje dat ruikt naar vochtig hout. De vloer bestaat uit losse planken. Buiten zien we vrouwen kruiden oogsten en geiten aan palen binden.  De blootsvoetse man achter de toonbank reikt ons bestofte flessen aan, die kristalhelder water bevatten.

Bijna alle huizen zijn hier van hout, net als in Russische dorpen. Alleen overheerst hier houtvuur in plaats van Oost-Europese kolenstook. En overal mannen en vrouwen in Indiaanse kleding, die de stoffige straat aanvegen. Nog altijd vulkaanstof…

De toegang tot het lavaveld is geblokkeerd door een toeristencentrum dat je doorlaat als je entree betaalt. Het is gebouwd op de laatste heuvel van het dorp Anguahãn. Aan de achterkant kijk je uit op de vulkaan.  Los van gidsen en starende dorpelingen adem je hier rustig de frisse berglucht in en kun je alvast de afstand inschatten. Het ziet er uit als een zware tocht, dus lunchen we eerst stevig.  Mexicaanse smartlappen schallen uit de speakers. Llorar, llorar, llorar! (Huilen, huilen, huilen!) roept een vadsige man in onze richting.  Hij en zijn vrouw en kind zijn de enige anderen in de eetzaal.  Later zien we hem weer, na het doorploegen van het eerste deel van onze tocht, halverwege de helling van een hooggelegen bos dat als een groen eiland  in de sintelvelden ligt.  Hij houdt een paard aan de hand met zijn dochtertje erop terwijl zijn vrouw er met een ontevreden gezicht achteraan sukkelt.  “Ha, jullie weer? ” horen we van verre. “Fijn, nu kunnen we samen omhoog. Ik ben 63, maar je moet eens zien wat ik nog kan.” De man praat niet maar schreeuwt.

Net als we hem passeren, komt een jongen aanlopen die de teugel pakt van het paard. Hij zegt:  “Het paard moet nu rusten. Het heeft ook nog niet gegeten.” De dikke man ontploft zowat van woede. Stevig doorstappend laten we hen achter ons terwijl de ruzie achter ons aanzwelt tot een verbale orkaan.  Het gebulder van de man die zijn paard niet wil opgeven, is haast angstwekkend.

We zijn hem nog niet kwijt, want hij kent een snellere route. Aan het eind van het bos stuiten we op een muur van grillig gekartelde, messcherpe, griezelig zwarte lavabrokken.  Summiere verfstrepen wijzen de weg. “Hé, zijn jullie er weer”, horen we bulderen. Als een koning op zijn troon zit hij op een uitstekende lavarots. “Ik ben 63,”roept hij, “Dan is die lava te zwaar. Begrijp me goed, ik kan het wel. Maar voor mijn kind is het te zwaar. “We knikken. We vragen niet waar zijn paard gebleven is en lopen door om de eerste brokken te beklimmen. Het is lopen zoals reuzen dat doen in sprookjes: als over de scherpe pieken van een uitgestrekt gebergte. Tussen de zwarte stenen groeit haast niets.  Fel brandt de zon boven onze hoofden. Veel gelegenheid om ons heen te kijken hebben we niet, want bij elke stap moeten we opletten of we de witte verfstrepen nog zien, want in al hun grilligheid lijken alle brokken op elkaar. Vele zitten los en we vorderen maar langzaam. Anderen zien we van brok naar brok springen, maar als je één keer mis springt, rijten de scherpe randen op vele plekken je huid open. Zelfs vastpakken voor steun is pijnlijk. Na vijf kilometer bos, vier kilometer rul stofveld, drie kilometer bos en twee kilometer lavaveld is de lol er vanaf.  In deze tijd van het jaar is het tot zeven uur licht. We kijken op ons horloge: half drie al. In de verte rijst abrupt de grote grijze kegel van de vulkaan uit de vlakte. Zo te zien is het nog uren lopen voor we de top alleen maar naderen. Boven zien we juichende kleine figuurtjes die het gehaald hebben. Wij zullen daar niet bij horen.

Het vooruitzicht in het donker en oververmoeid diezelfde inspannende tocht terug te moeten maken, schrikt ons af. We keren terug. De terugtocht blijkt zo zwaar, dat we van vermoeidheid tijdens de laatste tientallen meters in het lavaveld beide op een haar na voorover vallen in de scherpe punten. Van hier af is het nog een lange tocht naar het dorp. Eerst slaan we ook nog een verkeerde weg in die aan drie kanten doodloopt op metershoge zwarte rotsen.  Met wat geluk vinden we een grintpad dat ons door het laatste lavaveld leidt.  De zon zakt al en we lopen over een zwarte zandverstuiving waar meelijwekkende plukken gras een bestaan proberen te vinden. We volgen de afdrukken die de vele paardenhoeven hebben achtergelaten en klimmen naar een heuvel. Het dorp heeft geen hoge gebouwen en ligt geheel verscholen in de bossen. Het blijft dus gissen waar we heen moeten.

Dan zie ik in de verte achter de dennen een rij oude loofbomen; een landweg? Er heen lopend, ontdekken we dat het niet meer is dan een overwoekerde afscheiding tussen velden. Daarachter loopt nog zo’n rij, ditmaal met stenen muurtjes. Dat is wel een pad. We herkennen het bultige, stenige spoor van vanochtend.  Zwetend werken we onszelf de steile heuvel op.  Iemand groet. Omkijkend zien we een van de gidsen die vanochtend verontwaardigd wegliepen toen wij een lager bedrag voorstelden dan de zestig pesos die hij vroeg. Hebben jullie het gered, vraagt hij.  Mijn partner is mij voor met haar vernietigende eerlijkheid: “We zijn er niet geweest, de lava was te zwaar. Maar we zijn wel een heel eind gekomen.” “We waren er bijna” probeer ik ons figuur te redden. “Kortom, het is te lopen, of niet soms? “ “Het is te lopen”, bevestigt de man.

We klimmen verder, het water is op en het duizelt me. Wat voel ik me ver verwijderd van al die groepen sportieve Mexicanen die ons passeerden op het lavaveld, als geiten van brok naar brok springend, zonder ons water, zonder onze bergschoenen.  En ik kijk naar mijn door lava gehavende schoenneuzen.

Veel tijd daarvoor heb ik niet, want er komen voortdurend onrustig snuivende groepen paarden naar beneden galopperen met op hun rug gidsen die ons wrokkig aankijken omdat ik hen niet heb gehuurd. Sommigen komen gevaarlijk dichtbij. Steeds als dat gebeurt, doe ik of ik de leidsels wil grijpen. Dat werkt, ze wijken weer uit. Er zijn ook heren bij. Een ervan biedt mijn dame een gratis rit omhoog, maar ze weigert.  Ze wil het zelf kunnen en bij voorkeur samen met mij, ook al heeft ze meer dorst dan ik.

In de eerste dorpswinkel kopen we een fles gemeen gekleurde Fanta, die we midden op straat gulzig leegdrinken, nieuwsgierig gadegeslagen door het bontgekleurde dorpsvolk. De bus terug laat lang op zich wachten. De avondkou komt op. Langzaam kruipt hij in onze vermoeide botten en verkilt het zweet op onze met stof bedekte huid. Koud is het bestaan als je op zo’n moment geen stel bent. Elkaar warmend volbrengen we de noodzakelijke drie kwartier, terwijl een herfstige zon de Paricutín rood verft.

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van onder andere 'Esoterie in begrijpelijke taal', (non-fictie verschenen maart 2013). Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Mexico, Reisverhalen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s