Naar de vlinders

Bron: Scott Clark, Flickr

(Anguangueo, Michoacán, Mexico 1998) Is het dwarrelend loof, zijn het vrachten feestlovertjes of is het een gekleurde sneeuwjacht in de zon? Nee, het zijn vlinders en ze zijn met honderden, duizenden, misschien wel miljoenen. Ze landen op schouder, neus, en schoenen en steken behoedzaam hun roltong uit als je spuugt op een houtje. Als hun vleugels zijn ingeklapt, pakt onze gids hen voorzichtig aan de randjes beet. Kinderen vertrappen hen juichend, Mexicaanse picknickers jagen hen weg met hun gekrijs. Soms wilde ik dat ze konden steken.

Deze droom met open ogen speelt zich af in een dennenbos hoog boven het Mexicaanse Anguangeo. Waarom de vlinders vanuit Canada elk jaar zich ­hier komen voortplanten? Volgens biologen vanwege een subtiele gradatie in luchtvochtigheid die alleen hier en op sommige andere plekken hier in het centrale Mexicaanse hoogland bestaat. De vlinders komen hier al honderden jaren; boeren schopten en sloegen al die tijd nijdig in de lucht als ze hun vee de hellingen op dreven.

Twintig jaar geleden ontdekte een Canadese bioloog na lang zoeken waar toch al die vlinders in zijn land ‘ s winters heen trokken. Nu leeft het dorp ervan. ‘Mariposa’ (vlinder) zweeft op ieders lippen. Je kunt vier kilometer steil de heuvel op lopen of een auto huren. Beneden in het dal is het warm en schaduwloos, dus wij doen het laatste, samen met twee Duitsers en een Mexicaanse familie. Op naar het streng bewaakte reserva biosfera. Dat moet omdat elke middle-class M­exicaan een spoor van vuil en vernielingen achterlaat zo gauw hij iets herkent wat op natuur lijkt, een voor ons onverklaarbare soort wreedheid in een land dat er grotendeels net zo kaal uitziet als een door talloze sleepnetten uitgekamd stuk zeebodem, maar dan bovengronds en uitge­droogd, waar de aarde naakt ligt en kwetsbaar voor de onbarmhartige zon.

Botsen en hotsen zijn woorden die nog te weinig zeggen voor de manier waarop het bestelbusje ons omhoog neemt de berg op waar die nog dicht bebost is.  Om blauwe plekken te voorkomen slingeren we als slappe poppen met de vele kuilen mee, zittend op een van de losse banken achterin, althans, dat proberen we. De twee Duitsers die meerijden doen dat ook, maar die zijn wat gieriger met toegeven. Zij hobbelen wat houtenklazeriger. De Mexicanen blijven het meest in evenwicht, die blijven ook de hele tijd lachen. Zij geven ook niets om de binnenwaaiende stof­wolken.

Aan de ingang van het reservaat staan gidsen die ons in adembenemend tempo omhoog nemen. Daar staan we dan, rillend in de prille ochtendzon. Verderop dwarrelen de eerste vlinders al van de bomen, maar al snel komen er meer. Elke dag dwarrelen ze drie uur lang omlaag, tijdens het opwarmen van de aarde en het smelten van de grondvorst, zich lavend aan de ijsdauw. Na twee uur ligt waar eerst zilverige rijp lag, een dikke laag vlinder­sneeuw. Als de zon zich weer terugtrekt volgen ze de warmte, onopvallend omhoog kruipend tegen de stammen.

De eerste en levendigste dwarrelboom staat een eindje van ons vandaan, maar al gauw wordt elke boom er een. Vlakbij begint een groep Mexicanen die hetzelfde ziet als wij, uitzinnig te schreeuwen en gillen. Vlinders in hun wijde omgeving maken dat ze wegkomen. Ze schept de groep een ruime kring van vlinderleegte die zich tot ons uitstrekt. De gidsen staan erbij en kijken ernaar. Verzoeken om stilte staan al op de borden. Andere bezoekers mopperen zachtjes voor zich uit maar doen niets. Ik draai me om en roep in het Spaans: Hey, niet schreeuwen in het reservaat! Ineens krijg ik Mexicaanse medestanders. Flikker op, roepen de gidsen boos naar de schreeuwers. Dat laat de groep niet op zich zitten. Dit is Mexico! roept de hardste gilster terug en gaat nog harder schreeuwen. Zij is een gevulde dame, gekleed als de karikatuur van een foute Amerikaanse toerist. Ze zet geen stap buiten haar groep en gaat volledig op in  het luid roepend fotograferen van haar vrienden. O ja, en er zijn nog vlinders. Zij en haar groep doen er nog een schepje bovenop; samen lopen ze, een hels kabaal makend, op de dichtst omdwarrelde boom af. Maar nu komt de gids tussenbeide. Hij stelt zich op tussen de boom en de groep en verzoekt hen vriendelijk hun pas, en hun stem wat in te houden. Ze remmen zowaar af.  Hoe irritant ook, hun enthousiasme is begrijpelijk. Ook ik kan nauwelijks stoppen met  foto’s maken, van de vlinders dan. Ik juich inwendig en doe mijn best dat binnenboord te houden. Insecten ja, maar in het helle zonlicht tussen de smeltende rijpbomen lijken zij de stralende afgezanten van een andere, betere wereld.

Tijdens onze hotsende terugkeer escorteren wolken vlinders ons tot in het dorp.

(Dit is een fragment uit mijn nog niet gepubliceerde reisboek van een wereldreis uit 1998)

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Ecologie, Reisverhalen, Wandelen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Naar de vlinders

  1. natuurfreak zegt:

    Mooi en inderdaad Mexicanen laten overal allerlei rommel achter.Ik heb zeer lang geleden 7 maanden in Mexico gewoond.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s