Het bolknak-offer

Bron: Sstepper, Wikipedia Commons

Bron: Sstepper, Wikipedia Commons

(Guatemala)

We komen s ochtends aan in Zunil, terwijl wolkenslierten als een tulband de vulkaan omgeven die met de andere bergen Zunil in de hoogte heft. Een vrouw in paarsrode dracht die we aanspreken, verstrakt als we haar vragen naar San Simon. San Simon is een godheid die gelovigen trekt uit heel Guatemala, en in Zunil zijn zetel heeft. Oneerbiedig gezegd is het een pop met zonnebril, cowboyhoed, indianenmantel en zwarte pantalon met lakschoenen, de mond meestal op boefachtige manier bedekt met een zwarte doek. Hij zit op een ruime stoel. Oppervlakkig gezien is San Simon, ook wel Maximón genoemd, een karikatuur van de gringo. Gelovigen bezoeken hem om het kwaad te bezweren, want Simon is voor hem  de personificatie van het kwaad.(de lezers van dit blog zijn in dit fragment kortstondig met mij op reis in 1998, tijdens mijn Tour du Monde van dat jaar)

Wij gringo’s worden desondanks ruimhartig toegelaten. Maar ik loop vooruit op de zaken.

Met verbazing bekijken we eerst in de kerk van Zunil, hoe tien mannen een Christusbeeld uit zijn vitrine halen en hem een nieuw kleed aandoen. Met de grootst mogelijke voorzichtigheid wordt hij omgekleed door deze  ‘macho’ s’. Steeds opnieuw wordt de pruik van mensenhaar gladgestreken en goed gezet. Kale kop, een mooie zakdoek erop, daarover een pruik, zo worden veel beelden getooid. Het lijkt op hoe veel vrouwen hun waar vervoeren: lap op het hoofd, daarop de lading. Ontroerd wordt Jezus omhelsd tijdens het ontkleden, tot verschillende keren toe, en omzichtig op beide wangen gekust.  Onder het oude kleed draagt Jezus een wit satijnen hemd. Het nieuwe habijt is te groot maar wel mooi en glanzend, met sprankelende zilveren lijnen van borduursel. Nog nagenietend lopen we naar buiten en botsen bijna op tegen twee bedelende meisjes, die we bij het binnen gaan ook al zagen en die toen gevoerd werden met snoepjes door twee klompentoeristen. Direct beginnen ze ook bij ons te bietsen, maar wij zetten even ons hardvochtige gezicht op. Misschien remt het hun bedelgedrag nog wat af.

Tzolkin

De gemeenteambtenaar van Zunil glimlacht geamuseerd als we hem vragen naar Simon. Simon verblijft op verschillende plekken in Zunil. Elk jaar wijst de Tzolkin, de Maya-kalender, een priester aan voor het jaar.

Dit keer verblijft hij ergens langs de grote weg. Terwijl we zoekend door het slaperige plaatsje lopen gaat er  ineens een duizendklapper af. Een groep straathonden springt woest blaffend  op het rokende, lawaaierige ding af. Het geknal  is precies waar we zijn moeten, We ontdekken daar een groep kleurig geklede mensen die papier, kruiden en andere zaken onder een afdak aan het verbranden zijn, onderwijl biddend, buigend en knielend. Voor een schuurtje daarnaast zitten drie mensen ontspannen te lachen en te praten. Ik wacht tot ze ons in het oog krijgen. Ja, Simon is hier, loop gerust verder. De deur van het eenvoudige boerenschuurtje staat wijd open, en de godheid zit daarbinnen op zijn stoel. De priester en zijn helper dragen gewone kleren, in alle opzichten vriendelijke, onpretentieuze plattelandsmannen. De paar muntjes (quetzales) die ze vragen voor toegang en foto geven we graag, geen priester leeft alleen van goddelijke ingevingen.

Paraffinemeertjes

We zien wel honderd brandende kaarsjes die verzinken in spiegelende meertjes paraffine op de ruwe vloer voor hun zieltjes uitdoven. Andere kaarsen bevinden zich in alle stadia van uitdoven, gloeien, vervormen en flakkeren, een wuivend veld van vlammetjes voor de boze genius. Voor de ronde vlek met de vele kaarsjes is een haag van ruikers neergezet in kelken en vazen.

Onwennig groetend komen we binnen, De overgang van het schelle licht buiten naar dit schemerdonker is zo abrupt dat we half blind een paar zitplaatsen moeten zoeken. We vallen bijna om, want het is stampvol en bloedheet. Rechtop staan gaat niet in het schuurtje.De geurenmelange is om te snijden: gistende graangeur van brandewijn , gesmolten kaarsvet ,sigarenrook, stro, mest en gestoofde bonen. De mansgrote zittende pop is een rokende sigaar in de mond gestoken. Deze draagt  een cowboyhoed. Pal naast hem en om hem heen staan zeker tien miniatuur-evenbeelden van hem. Gelovigen nemen die zelf mee. Net als we binnen komen, vertrekt een bezoekster en pakt daarbij ‘haar’ Simon zorgvuldig in een doos.

Brevier

Wij nemen plaats tussen twee prevelende mannen. De ene leest lang en eentonig uit een brevier, broeder Simon, wij roepen u aan opdat u mij goedgunstig zult zijn, bij alle engelen en demonen boven en onder, o broeder Simon, help me broeder Simon.. Een andere bezoeker voert op gemoedelijke toon een gesprek met de ‘grote’ San Simon, zoals je praat met een vriend op het marktplein. Hij biedt hem een vuurtje aan door met zijn sigaret tussen zijn vingers de brandende punt vooruit te steken. He, Simon, moet je eens horen…

Onze buurman vult zijn wangen met sigarenrook, houdt dan een kaarsje vlak voor zijn gezicht en blaast  dan met  grote wolken de  boze geesten de lucht in. We zien het meer mensen doen. Tabak gebruikten ze hier al om met de goden te praten, lang voordat het een genotsmiddel werd,

Dizzy

Ook alcohol begon zijn loopbaan als ritueel middel. En zo wordt het hier opnieuw gebruikt: ze gieten voortdurend brandewijn in de pop. Om het goddelijke vocht beter te laten indalen, kiepen ze de stoel iets naar achter, dan kun je het hem zonder morsen in de keel gooien.  Aan de onderkant druipt het er weer uit, maar niemand die zich daar druk om maakt. De hitte verandert Simons geestrijke urine in een bedwelmende wasem. en ook wij worden dizzy, doordrenkt als we raken van deze twijfelachtige panacee voor de geest.

Een traditioneel geklede familie zit tegenover ons te wachten tot ze voor San Simón kunnen verschijnen,  bedrukt zwijgend en starend naar de zwart beroete zoldering. Als ze mogen, komen ze als één man overeind. en verdringen zich om het beeld,. In het Spaans hoor ik ze stamelen  ‘O Simon asjeblieft, heb erbarmen met ons arme zielen.’

Lucifer, lucifer, heb meelij’, prevelt de man naast me. Ook de drom vrouwen die zich nu om het beeld verzamelt, smeekt wanhopig om genade. Een jonge moeder, in fraaie klederdracht, werpt Simon een zuigeling in de schoot,. Een ander meisje zakt trillend door haar knieën, grijpt San Simón huilend bij de benen, komt dan tot rust en poetst eerbiedig zijn schoenen.  Tenslotte neemt ze hem voorzichtig de hoed van het hoofd. Simons koppie is ontstellend klein. Ze kust hem teder op mond, wang en voorhoofd. Ineens duikt ook een soort  priester op, een zeer eenvoudig geklede man die zich niet onderscheidt van de andere bezoekers, behalve dan dat hij de hoed weer snel terug zet en de stoel op de plek waar hij stond.

Alvárez

Vaarwel, lieve Simon, zeggen de vrouwen met bevende stem en verlaten aangedaan het vertrek. Bijna even aangedaan lopen we mee en overpeinzen  het lot van de doden op de aanpalende begraafplaats, tronend op een fiere heuvel tussen de nog altijd met wolken omslierte vulkanen.

Een met de indianen? Forget  it. ‘Ay, gringos’ , lacht een jongetje als wij vlak langs het erf van een huis lopen. Zijn moeder trekt hem haastig naar binnen, boos kijkend naar ons.

In de bus terug denk ik terug aan het Indiaanse meisje dat de pop met de snor en de hoed kuste. Ineens leek Simón een conquistador en wel de wrede Pedro de Alvárez, veroveraar van Guatemala.  Ineens waren echo’s rond  van inheemsen die zoenen met Spaanse kinkels.

De Boze

Duivelsverering? Allicht. Maya;s vinden dat als je een goede god eer bewijst, je ook zijn tegenhanger gunstig moet stemmen. De komst van het christendom met zijn verering van de ene God bracht dit aan het wankelen, maar de uitvinding van San Simón bracht alles weer in het gerede. San Simón is eigenlijk de god Mam, een boze oude berggeest. Maar de komst van de Spanjaarden heeft hem een Latino-uiterlijk gegeven en de overheersende Amerikaanse invloed wereldwijd doet hem nu sigaretten roken en ook cola mag hem nu geofferd worden. Zijn verschijningsvorm wisselt, maar de Indiaans-katholieken van Guatemala hebben naast Onze Lieve Heer, San Simón stevig in hun hart gesloten.

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van onder andere 'Esoterie in begrijpelijke taal', (non-fictie verschenen maart 2013). Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Reisverhalen, Spiritueel en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het bolknak-offer

  1. Rob Alberts zegt:

    Prachtig beschreven, met plezier gelezen.

    Vriendelijke groet,

    Like

  2. natuurfreak zegt:

    Erg boeiend en voel me zo meelopen in je spoor.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s