SF, stigma of geuzennaam? Kroniek van de New Wave (1964-1974) in de science fiction (1)

(Illustratie bij ‘Dancers at the Edge of Time’ van Michael Moorcock)

De meesmuilende ontvangst die het genre science fiction steevast mag ontvangen in de Europese mainstream-pers, doet vermoeden dat je met een SF-logo eerder getekend dan bekroond door het leven gaat. Alle postmodernistische relativeringen ten spijt is er nog altijd ‘hoge’ literatuur en die van het tweede garnituur, waar SF dan steevast onder valt. Desondanks deed in de jaren zestig een groep schrijvers verwoede pogingen om SF literair te emanciperen. Literaire erkenning volgde inderdaad…maar alleen in Japan en Amerika.

Een mooi voorbeeld van een dergelijke poging is de inspanning tussen 1964 en 1974 van een groep Britse en Amerikaanse schrijvers om bewust te streven naar psychologische diepgang en literaire esthetiek. Terugkijkend noemen we deze hemelbestormers de New Wave in de science fiction. De term komt van Nouvelle Vague, een vernieuwingsbeweging in de Franse film die vlak daarvoor, tussen 1958 en 1964, haar hoogtepunt beleefde.

Wat deden die schrijvers om misschien zelfs de hele SF een nieuw aanzien te geven? Daarover gaat onderstaande tekst, oorspronkelijk geschreven als paper voor de Utrechtse Letterenfaculteit in 1993 en hier herschreven voor Zilvervis.

Publieke belangstelling

Als sciencefictionboeken gebonden en hardcover verschijnen, krijgen ze minder persaandacht in de pers, minder royalties en lagere verkoopcijfers dan wanneer ze als pulp verschijnen. De gemiddelde SF-lezer koopt vooral paperbacks en leest vaak weinig daarbuiten, behalve misschien fantasy. En aan universiteiten en hogescholen worden SF-schrijvers genegeerd, in tegenstelling tot literaire schrijvers.  Dit geldt vooral in Europa; in Amerika en Japan sturen technische innovaties de cultuur nog sterker aan dan hier. Daar is SF sinds deze New Wave een gerespecteerd onderwerp van studie en is sindsdien het aanzien van SF in literaire kringen beduidend gestegen. Cultureel Europa is een geheel ander hoofdstuk. Op dit continent zijn de culturele kringen zich scherp bewust van het eigen historische erfgoed. De ruimte die Europeanen wijden aan het conserveren van het verleden, lijkt in de USA gewijd te worden aan de toekomst en aan toekomstgerichte dingen als SF.

Definitie

‘The Encyclopedia of Science Fiction’ (1e editie van Peter Nicholls, 1979) definieert de New Wave zo:

‘It is always tended, sometimes unconsciously rather than as an act of deliberate rebellion, to break down the barriers between SF and mainstream fiction. Positively, it shared many of the general qualities of the late 1960 counterculture, including an hippie-style interest in mind-changing drugs and oriental religions, a normally left-wing political stance closely associated with protest at American involvement in South East Asia and elsewhere, a marked interest in sex, a strong involvement in pop art and in the media landscape generally and a rather pessimistic (for SF) attitude towards the likelihood of a disaster caused by overpopulation and interference with the ecology,  as well as by war. New Wave SF generally concerned itself with the near future.”

Brian Aldiss, Michael Moorcock en J.G. Ballard gebruikten de term New Wave om de beweging aan te duiden rond het Britse SF-tijdschrift New Worlds. Zij zijn haar belangrijkste woordvoerders en, samen met Disch en Delaney, haar grootste schrijvers.

Science Fiction en New Wave

SF is een moeilijk af te bakenen, veelvormige stroming in de moderne westerse literaire traditie. Letterlijk betekent science fiction: fantaseren over wetenschappelijke ontwikkelingen. In het algemeen gebeurt dit zeker in boeken met dit label. Dat is dan wel inclusief de menswetenschappen, want SF gaat evengoed over sociale ontwikkelingen, die net als technische vernieuwingen in dit genre vaak tot in het absurde worden doorgetrokken.  Een SF-roman kan een schrikbeeld van de toekomst  schetsen (dystopie) maar ook laten zien hoe een ideale samenleving zou kunnen zijn (utopie). Andere verhalen willen slechts de sleur van alledag doorbreken door te entertainen met fantasieën.  Maar deze indeling is veel te globaal: serieus en satire, diepzinnig en lichtzinnig lopen in de uitwerking van de boeken vaak door elkaar.  Toch heeft veel SF ondanks dat amusement een duidelijk ideëel karakter. De schrijver wil zijn lezer engageren, of overtuigen, met de ideeën die hem bezighouden. Dat geldt evengoed voor literaire grootheden als Huxley en Wells. Wells acht de literaire vorm ondergeschikt aan de boodschap, een opvatting die hij deelt met de meeste andere SF-auteurs van voor de New Wave.

De New Wave is een reactie op de toegenomen voorspelbaarheid van het genre. Eind jaren ’50 was SF weinig anders dan het uitkauwen van een beperkt aantal terugkerende thema’s.  SF-lezers beoordeelden de kwaliteit van een boek op andere criteria dan literaire lezers. Ook hierdoor bereikte relatief weinig SF literaire kringen. SF-lezers ging het er om hoe origineel, interessant of mooi de ideeën waren in het boek, terwijl literaire lezers allereerst een superieure vormbeheersing verlangen. SF-schrijvers gebruikten het schrijven vooral om landschappen, omgevingen, samenlevingen neer te zetten, en zo proeftuinen te scheppen voor ideeën die hele planeten en tijdperken omvatten. Vele SF-schrijvers hadden minstens even boeiende ideeën als hun beroemde collega’s Orwell en Huxley. Alleen waren hun boeken vaak zo onverschillig vormgegeven, dat alleen SF-liefhebbers het opbrachten, ze te lezen. Een voorbeeld is ‘Eerste en Laatste Mensen’ van Olav Stapledon. Dit boeiende boek (1930) beschrijft de geschiedenis van de mensheid vanaf de eerste Neanderthalers, dwars door onze geschiedenis heen, tot aan het einde der tijden, wanneer de zon uitdooft. De opvolger Star Maker gaat nog verder en beschrijft de geschiedenis van het hele universum. Ook hier geldt: “Critics of the novel tend to see it as full of interesting ideas but its writing as dry, characterless, difficult, as well as scientifically implausible at points.”

SF-thematiek bleef meestal beperkt tot het zeer ruime en grote: volkeren, wereldsteden, beschavingen, tijdreizen, zwarte gaten, parallelle heelallen. Typische romanelementen als psychologische duiding en karaktertekening vonden SF-schrijvers eerder belemmerend; zij hadden al hun aandacht nodig voor het schrijven van de omgeving.  De personages in dergelijke groots opgezette, vaak epische werken zijn niet meer dan pionnen in een kosmisch schaakspel. Met name dit onpersoonlijke en collectieve karakter begon op den duur zelfs voor de schrijvers een hindernis te vormen.

Zij van het tijdschrift ‘New Worlds’ waren de bordkartonnen personages meer dan beu. Psychologische diepgang was een dimensie die node gemist werd in deze stroming die zich nota bene de pretentie aanmat, een literatuur te zijn van de toekomst.  Vooral de ‘space operas’ waren de New Wave schrijvers een doorn in het oog. Space Opera is de minst verfijnde vorm: kolossaal uitgevallen, opgeblazen jongensdromen, meestal naar het voorbeeld van de Beauty and the Beast.  Het enige verschil met de Wild West-verhalen is hier de omgeving. De plots ogen eender, net als de van hoekige kaken en zwellende biceps voorziene helden,  met hun onstilbare en lachwekkende honger naar actie.

In dit opzicht is de New Wave-schrijver Ballard werkelijk het andere uiterste, met zijn verhalen vol pessimistische bespiegelingen van passieve anti-helden, die peinzend door verstarde landschappen dwalen.

(Bovenstaande afbeelding verwijst naar Ballards eerste roman. Met dank aan ‘the drowned world- tumblr’)

In hun pogingen de SF meer literair aanzien te geven, voerden de New Wave-schrijvers een aantal soms provocerende vernieuwingen door. Het hoofddoel was en bleef: de scheidslijn tussen literair en SF laten vervagen en misschien zelfs laten verdwijnen. New Worlds liep daarbij het gevaar, met deze radicale koerswijziging haar lezerspubliek van zich te vervreemden, nog voor literaire kringen gelegenheid hadden belangstelling te kweken voor de nieuwe stroming en anoniem ten onder te gaan. Zo lang de New Wave woedde, dat was tussen 1964 en 1974, was dit gevaar voortdurend aanwezig, maar tenslotte vond New Worlds zowel in literaire als in SF-kring een zekere erkenning.

De New Wave beperkte zich aanvankelijk tot het Britse tijdschrif New Worlds. Maar dit ene tijdschrift sprak met zo’n stemverheffing dat zij tot over de oceaan, tot in het Britse Lagerhuis en tot in de diplomatie werd gehoord, waarover later meer.

De New Wave was zo klein dat veel critici betwijfelen of zij wel ooit heeft bestaan.  Gezien de vele discussie die de stroming losmaakte, haar navolging door een hele nieuwe generatie SF-schrijvers en haar vermelding in alle SF-standaardwerken kan haar bestaan, lijkt mij, echter niet met goed fatsoen meer worden ontkend. Velen houden haar op een luidruchtige voetnoot in de geschiedenis.  De drie voornaamste schrijvers van New Worlds: Brian Aldiss, Michael Moorcock en J.G. Ballard, trokken vele jonge, net beginnende SF-schrijvers aan die nog geen naam hadden gemaakt, zoals Norman Spinrad en Christopher Priest.  Via de bres die de New Wave sloeg, drongen voor het eerst ook vrouwen door in het mannenbastion SF, ook al maakten zij nooit officieel deel uit van de New Wave. Ik denk hierbij aan Kate Wilhelm, Joanna Russ en Ursula LeGuin.

Hoewel van oorsprong een Britse stroming, veroorzaakte de New Wave vooral in de Verenigde Staten grote beroering. Onmiddellijk wierpen zich Amerikaanse woordvoerders op. De Britten bekeken hen wat sceptisch, omdat zij alles wat nieuw verscheen onmiddellijk New Wave gingen noemen.

(wordt vervolgd)

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van onder andere 'Esoterie in begrijpelijke taal', (non-fictie verschenen maart 2013). Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Literaire onderwerpen, monarchvlinders en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op SF, stigma of geuzennaam? Kroniek van de New Wave (1964-1974) in de science fiction (1)

  1. stmaarten zegt:

    Bij theologie precies hetzelfde. Ik ben van mijn verlegenheid afgeholpen toen een theologie die ik erg waardeerde onbekommerd vertelde dat ze een fan was van Buffy the Vampire Slayer. Haha, toen ik dat hoorde dacht ik: dan mag ik ook onbekommerd van Tolkien, Stephen King en Pratchett houden 🙂

    Like

  2. stmaarten zegt:

    Hoi Frank, Ik ben een SF fan. Ik erger me ook aan de slechte kwaliteit van veel SF en Fantasy. Mijn toppers zijn Neal Stephenson (met bijv. cryptonomicon) en Margaret Atwood.

    Ik denk dat er een aantal SF-auteurs met de nodige literaire diepgang zijn, maar ik denk dat er bij literatuurcritici ook een onderwaardering is van de waarde van het verhaal.

    In oude mythes zie je dat de progressie van de held vaak niet een innerlijke progressie is, maar een progressie in gebeurtenissen, die in zekere zin een spiegel vormen een veronderstelde, maar niet geëxpliciteerde innerlijke progressie. Het gaat hier om het verhaal en niet om de innerlijke zieleroerselen van de literaire held.

    SF en Fantasy sluiten vaak aan bij deze mythische stijl van schrijven.

    De beste auteurs combineren natuurlijk beide. Of om Stephen King te citeren (een van mijn andere favorieten):

    “Read sometimes for the story […]. Don’t be like the book-snobs who won’t do that. Read sometimes for the words – the language. Don’t be like the play-it-safers that won’t do that. But when you find a book that has both a good story and good words, treasure that book.” (uit: Hearts of Atlantis)

    Like

    • Zilvervis zegt:

      Hoi Marten,
      Dank voor je antwoord. Ook ik ben er een! Met name tijdens het ene jaar Nederlands dat ik ooit studeerde, kwam ik er achter dat veel zgn. literatuurliefhebbers een totaal andere perceptie hadden van ‘een goed boek’. Hen ging het inderdaad vooral om de stijl.

      Eenzijdig stijl waarderen doet mijns inziens onrecht aan de evocatieve kracht en de magie van het ware verhaal. Het cliché wil, dat een sterk verhaal geen psychologische diepgang behoeft. Maar idealiter zijn beide aanwezig: het sterke verhaal en de diepgang. Grote schrijvers als bijv. Tolstoi waren in staat die twee elementen voorbeeldig te combineren. De Nederlandse fantasyschrijver Wim Gijsen stopte ook veel psychologie in zijn boeken, die hierdoor weliswaar wat aan vaart inboeten, maar des te meer winnen aan hoogst origineel gedachtengoed.

      Stephen King heeft gelijk als hij zegt dat je er soms voor kunt kiezen, te lezen vanwege de woorden, en soms vanwege het verhaal.

      Een onderwaardering van het verhaal zie je hier te lande bij de ontvangst van rasvertellers als Den Doolaard en Jan de Hartog, die veel minder literaire lof ontvingen dan zij misschien verdienden…terwijl literatuurcritici onleesbare poëten als Andreus en Tentije tot in Dantes hoogste hemelen bewierookten.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s