Deolinda de Conceiçao en bacalhao in Macao

De straatjes van ons hotel. Bron: fifkins, Flickr

De straatjes van ons hotel. Bron: fifkins, Flickr

(Portugal/China)

 

Vanuit Hong Kong brengt een dreigend schommelende jetfoil ons naar het voormalige Portugese roversnest Macao. Met zijn potplanten op balkons, oude forten en stokvis lijkt het nauwelijks afgedwaald van het oude moederland. Veel huizen hebben azulejos en venstertralies en de geur van kip met saffraan hangt in de straten. Het geluid van vervaarlijk rochelende Chinezen verstoort de Portugese illusie, net als de Chinese opschriften. Maar de Portugezen zijn er nog; meisjes in bloemenjurken met donkere expressieve ogen en lang krullend haar.

En Portugese mannen, rokend in groepjes, gestoken in klassieke Europese kostuums. Even stijlvol is de Portugese boekhandel, met achter de toonbank een strenge man met een zwart hoornen brilmontuur die onverstoorbaar zijn Lissabonse krant leest.

Een straat verder is alles en iedereen Chinees. Overal langs het trottoir laaien vlammen op. We denken aan straatvuil, maar dan zien we ze nepgeld in kaarsvlammetjes gooien, met wierookstokjes, portretjes en beeldjes erbij. En we herinneren ons dat vandaag overal ter wereld de Chinezen hun voorouders vereren.

We verblijven in het San Va Hospedaria, een ex-peeshotel in de oude hoerenbuurt. Sinds enige tijd heeft het gehijg en gesteun plaatsgemaakt voor het onnozele gesnurk van rugzaktoeristen. Een gebouw dat je zo in Porto kunt situeren. Denk dan wel de rode gevellampions weg, het rood-gouden huisaltaartje op de vloer naast de receptie en de dwergachtige Chinees met rinkelende sleutelbos die komt aanhinken steeds als we onze kamer in of uit willen. Het ruikt hier naar petroleum, van een brander op het buitenterras. In een grote nis zijn daar de douches en toiletten ondergebracht. De kleine ruimte is overspannen met waslijnen. Tegen de terrasmuur staat ‘s ochtends een enorme zwartgeblakerde waterketel te koken op de petroleumbrander. Met het hete water vult het kamermeisje thermosflessen zodat je zelf thee kunt zetten. Op de rand van het bed drinken we die genietend, slokje voor slokje, op en bekijken onze kamer.

Een kamer is het eigenlijk niet, want de dofgroene panelen die voor muren doorgaan beginnen tien centimeter boven de grond en houden drie meter hoger op. Door de kieren sijpelt de omgeving binnen: gesnurk, gerochel, gerommel en onverstaanbare gesprekken. Intussen begint het buiten stevig te regenen en voor we het weten, lekt het op vijf plaatsen. Snel schuiven we boeken, tassen en kleren weg van de waterstralen en gaan op tegen de muren geschoven bedden liggen, de enige plekken die droog blijven. Bij de geruststellende geluiden van ruisende regen, gedrup, een zoevende ventilator en een Chinees kwakende TV vallen we in slaap.

Als ontbijt eten we dim sum, terwijl de kok ons vanuit de keuken bij elke hap gadeslaat, bezorgd kijkend of het wel smaakt. Maar de smaak is voortreffelijk. Elke dim sum hierna, zal minder goed smaken dan deze. Toch blijven we proberen, want je hebt wel tien maaltijden nodig om alle varianten te leren kennen met dumplings, loempia’s, wontons en gemberkoekjes.

Je hebt ook Sino-Portugese gerechten zoals bacalhao met Chinese groenten, maar afgezien daarvan lijken Chinezen en Portugezen hier strikt gescheiden te leven. Ik ontdek ook geen Sino-Portugese schrijvers. Het zijn of Chinezen, of Portugezen. Uit de laatste categorie besluit ik Deolinda de Conceiçao te gaan lezen. Een vrouw met zo’n wondermooie naam verdient het dat ik voor haar de moeite neem een Portugees boek te ontcijferen. Haar naam hoor ik in het magnifieke Museo de Macao, gehuisvest in een oud fort. Vanuit hier werd in 1622 een invasie van 5000 Nederlanders verdreven. Het enige kanon hier had maar enkele kogels, maar een ervan trof het munitiedepot. Dit joeg de Nederlanders zo’n schrik aan dat ze struikelend, springend en zwemmend het hazenpad kozen.

Kanton

Ook wij verlaten Macao weer. De snelste manier is via de miljoenenstad Kanton (Guangzhou). Daar lopen we een park in en stuiten op een gezelschap dat een stukje Chinese opera ten speelt. Een man spreekt ons aan: “Verstaan jullie dat? Ik ben Kantonees en ik snap er geen bal van”. De Chinese opera wordt gezongen in het voor Kantonezen onverstaanbare Mandarijn. Ook wij verstaan dat zeker niet, maar voor de muziek willen we graag een poging wagen. Wij dachten dat muziek een universele klankentaal is.

Dat valt voor Chinese muziek een beetje tegen. Hij klinkt elegant, grillig en ongrijpbaar, met snerpende tonen, onverwachtse ritmewisselingen en een onnavolgbare structuur. Net als Chinese dans vergt het beoefenen ervan veel inspanning en kan alleen na lange training een tweede natuur worden. Ook als luisteraar deze muziek in je opnemen kost moeite. Maar dan kan het beluisteren betoverend werken. En bij vlagen doet het dat bij ons ook.

In het park treffen we onder een standbeeld het onderschrift: deze stad is gesticht door de Drie Onsterfelijken. Ik aan een Chinese voorbijganger of dit de stichters zijn van de stad. “Yes, sir. “

“Ik zou deze heren graag met een bezoek vereren.”

“Meneer, dit is nu helaas onmogelijk.”

”Waar wonen deze onsterfelijken precies, als ik vragen mag?

“In de hemel.”

Verbijsterd vervolg ik mijn weg. Verderop zien we een drakendans ter inhuldiging van een kantoorgebouw. In wijde ringen staan bloemen opgesteld, een slagwerkorkest ernaast en twee kostuumdraken die met wilde, schokkende bewegingen springend duelleren. Aan een omstander vraag ik:

‘Bestaan draken?“

Een behoedzame glimlach, dan het antwoord:

“Niet in de conventionele zin van het woord, meneer. Zij verblijven op de grens van droom en realiteit.”

Bestaan ze nu of niet? Chinezen geven niet graag uitsluitsel; alles is ambigu, Yin en Yang, relatief, afhankelijk van situatie, seizoen en constitutie. Je zou zomaar een draak kunnen tegenkomen, of een Onsterfelijke. Chinezen achten alleen de kans niet zo groot, dat is alles.

Intussen wordt het etenstijd. Kanton heeft een uiterst gevarieerde keuken, met vele griezelige varianten. Ons vergapend aan geroosterde hondenkarkassen die hier als kippetjes achter een etalageglas hangen, nemen we plaats op een terras.

“You want hot dog, sir?”

Bij de woorden hot dog wijst ze op het grillvlees aan de haken. Het is uitgesloten dat ze een Amerikaans snackworstje op brood bedoelt…

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Reisverhalen en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Deolinda de Conceiçao en bacalhao in Macao

  1. Carl zegt:

    Leuk verhaal, Frank.

    Like

  2. Zilvervis zegt:

    Dit is op Zilvervis herblogden reageerde:

    Onopgemerkt gebleven in de wedstrijd Nederland Leest, twee jaar geleden, maar nu in volle glorie op Zilvervis…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s