Landmeter Kees van Maris: “Dit is een heerlijk zwart-wit beroep”

Kees van Maris

Kees van Maris

Aan de muur van Kees van Maris’ kamer hangt een kaart van provincie Utrecht uit 1944. ‘Handgetekend. Ik viste hem jaren geleden uit de afvalcontainer van gebouw 1 aan de Ravellaan’. Op de kaart bestaat Leidsche Rijn alleen uit polder en lintbebouwing. Naar alle kanten strekt de landelijkheid zich nog uit. “Dat is vandaag wel anders”, zegt Kees van Maris, hoofd Landmeten, Ontwikkelingsbedrijf gemeente Utrecht (OGU). “Er is verschrikkelijk veel veranderd vergeleken met toen. Wij landmeters waren en zijn bij veel van deze veranderingen betrokken.”

Net terug van vakantie, schuift Kees (52) monter aan voor een tweegesprek. Zoon van een Zeeuwse fruitteler, leeft hij zoveel mogelijk in de open lucht. Sinds twintig jaar fietst hij dagelijks de twintig kilometer van zijn woonplaats Everdingen naar Utrecht. “Weer of geen weer. Ook met een pak sneeuw ga ik gewoon op weg. In die twintig kilometer glijdt alles van je af; ik kom altijd opgekikkerd op mijn werk. Landmeter is ook voor zestig tot zeventig procent een buitenberoep. De resterende tijd zit je binnen gegevens uit te werken. Als leidinggevende zit ik meer binnen, al kom ik nog wel buiten om werkzaamheden te verkennen en om voeling te houden met de stad.”

Waarom werd je landmeter?
“Gezien mijn agrarische achtergrond dacht ik eerst aan de landbouwhogeschool. Maar in 1972 waren de vooruitzichten voor afgestudeerden van Wageningen slecht. Milieu vormde nog geen onderdeel van de opleiding. Dus koos ik voor de Utrechtse Hbo-studie Landmeetkunde. Daarna ben ik in de vrije uren van mijn militaire dienst gestart met een opleiding informatica. In 1977, na mijn diensttijd, kreeg ik mijn eerste baan: landmeter bij gemeente Utrecht. Na voltooiing van de studie informatica moest opnieuw gekozen worden: landmeten of ICT? Aan ICT had ik natuurlijk veel kunnen verdienen. Het werd landmeten, uit liefde voor het vakgebied.
In 1985 werd ik leidinggevende door een proces van natuurlijke opvolging. Ik geef nu leiding aan elf medewerkers die je nu niet ziet omdat ze allemaal bezig zijn in het veld.”

Hoe ziet je dag eruit?
“Liefst plan ik mijn dagen niet in. Er komt zo veel op mijn pad! Meestal ligt er een werkvoorraad van drie maanden op mijn bureau. Naast de dagelijkse voorbereiding voor de meetploegen, stuur ik technische ontwikkelingen zoals de invoering van GPS. Ik bewaak de financiën van de afdeling, daarnaast coach en ondersteun ik de medewerkers. Samen met een senior-landmeter-projectleider vorm ik het frontoffice: het aanspreekpunt voor alle klanten. Die klanten, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie kunnen advies vragen en Landmeten inschakelen voor landmeetkundige ondersteuning.”

Bij welk soort dingen zijn landmeters nodig?
“Landmeters begeleiden projecten van begin tot eind, van ontwerp tot en met realisatie. Een ontwerpfase genereert uitwerkingen van nieuwe plannen voor infrastructuur, woonlocaties en bedrijventerreinen. In de bouwrijpfase komen terreinen bouwrijp en ontstaan bouwwegen, waterlopen, kabels en leidingen. Vervolgens verrijzen woningen, kantoren en bedrijfsgebouwen. De woonrijpfase betekent: inrichting van het openbare gebied met bijvoorbeeld straten en groenvoorzieningen.
De landmeter ondersteunt alle fasen en zorgt dat wat de ontwerper bedenkt, op de juiste plek in het terrein terecht komt. Tenslotte meten landmeters alles weer in voor de Grootschalige Kaart van Utrecht, een gemeentebreed gebruikt product voor ontwerp en beheer. Er zijn gebieden waar deze cyclus zich na ongeveer 40 jaar herhaalt.”

Tachymeter

Hoe reken je al die afmetingen uit?
“Een apparaat op statief, de tachymeter, is het belangrijkste instrument van de landmeter. Met het instrument meten we richtingen en afstanden naar punten die we moeten inmeten voor bijvoorbeeld de Grootschalige Kaart. Omgekeerd zetten we richtingen en afstanden uit voor punten die zichtbaar moeten worden in het terrein, bijvoorbeeld nieuwbouw. Alle metingen gebeuren vanuit een netwerk van circa tienduizend vaste punten die in coördinaten bekend zijn. Hierdoor kunnen we van alle ingemeten punten de coördinaten berekenen.”

Het landmeetkundige werk is arbeidsintensief. Kees laat een zeer gedetailleerde kaart zien:
straten met lichtmasten en bomen, straatkolken en de hoogtes van inspectieputten. “De huidige methode van inmeten ter plekken heet ‘terrestrisch’ en garandeert een hoge nauwkeurigheid die veel klanten belangrijk vinden. Je kunt ook informatie inwinnen vanuit luchtfoto’s. Daarmee haal je echter niet de gewenste nauwkeurigheid. En door obstakels zoals beplanting is informatie niet altijd zichtbaar. Maar de afdeling heeft sinds kort ook een GPS-instrumentarium dat werkt met plaatsbepaling via satellieten. Door op een bepaalde manier te meten kunnen we ook hiermee een hoge nauwkeurigheid bereiken.”

Belangrijke eigenschappen in je functie?
“Ontwikkelingsgericht en kritisch durven zijn. Meebewegen met de omgeving, de vraag van de klanten. Maar ook kritisch blijven en werkzaamheden afstemmen op het beoogde doel. De landmeetkundige capaciteit binnen de gemeente is beperkt. Wij toetsen dan ook bij iedere vraag of de inzet van Landmeten gerechtvaardigd is. Is de nauwkeurigheid van een meter voldoende, dan zal Landmeten meestal niet in actie komen.”

Wat is de charme van je beroep?
“Landmeten is natuurlijk een prachtig zwart-wit vakgebied: iets is goed of het is niet goed. Praktisch alle fouten zijn statistisch traceerbaar. Fouten kun je herstellen worden door vooraf meer te meten dan strikt noodzakelijk is. Door vereffening en toetsing kom je dan toch op de juiste coördinaten. Verder zorgen nieuwe ontwikkelingen binnen het vakgebied voor steeds nieuwe uitdagingen. En behalve dat ik midden in dit boeiende vakgebied zit, mag ik ook managen. Dat is voor mij een buitengewoon aantrekkelijke combinatie.”

(Dit interview verscheen oorspronkelijk in 2007. Inmiddels is de organisatie iets veranderd)

Lees ook

Projectleider Ecologische Hoofdstructuur: Ergens gaat een schop de grond in, daar gaat het om!

Beerputten legen in Utrecht

Bertus Zwamborn, beheerder afvalscheidingstation

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Interview, Overig, Utrecht, Wetenschap, Zakelijk en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s