Geschiedenis van het recreatieve wandelen

(door Frank Flippo)

Wandelen voor je plezier is een nogal modern genoegen. Voor wie moest werken om te overleven was het landschap hooguit iets waar je door reisde, of iets waarmee je geld kon verdienen. Pas eind negentiende eeuw kwam het wandelen zoals wij dat kennen, voor grote groepen beschikbaar. Toch hebben moedige eenlingen door de eeuwen heen bewezen dat wandelen ook kan als alle omstandigheden tegen zitten. Een overzicht van walkabout tot lifestyle-wandelaar.  

1.Lopen voor je leven

Ieder mens moet lopen, maar niet ieder mens wil wandelen, Toen de mens voor het eerst rechtop liep, gebruikte hij dat om te jagen en voedsel te zoeken. De jacht leverde vlees, isolerende huiden en beenderen voor sieraden of messen. Voor het gebruik van paarden, ezels of olifanten als rijdier, had Homo Erectus slechts zijn voeten. Mensen liepen altijd al, met een praktische reden: eten vinden, vluchten, een beschutte slaapplaats zoeken. Of om een spiritueel doel te dienen. De Aboriginals houden sinds onheuglijke tijden hun ‘walkabouts’, individuele spirituele zoektochten langs ‘zangsporen.’ Zangsporen zijn residuen van liederen in het landschap. . Of neem de saddhoe’s, de heilige mannen van India. Vier jaar geleden liepen ze al rond op hun eindeloze zwerftochten. Ötzi, de man wiens lichaam later bekend werd als de ijsmummie, schijnt 5000 jaar geleden de Alpen al op te zijn geklommen. In het oude India legden priesters en pelgrims soms wel duizend kilometer af naar een heiligdom.

2. Bedachtzaam over het Pad

Een van de vroegst bekende voetreizen is die van de Chinese filosoof Lao Tse, (500 v cht), stichter van het taoïsme. Het woord Tao betekent weg, zowel symbolisch als letterlijk. Wandelen is volgens het taoïsme een wu-wei-activiteit. Wu-wei betekent ‘terloops, spontaan, natuurlijk handelen, zonder nadruk, zonder geforceerdheid’. Dat begint al op recreatief wandelen te lijken. De klassieke Chinese schilderijen zitten vol wandelaars, picknickers en bergbeklimmers die zich op het eerste gezicht volkomen op hun gemak door het landschap begeven…te voet.

3. Antiek toerisme

In de klassieke oudheid had je volop toerisme: de zeven wereldwonderen, musea, festivals, heilige plaatsen werden druk bezocht. Je had zelfs een soort motels langs de heerbanen waarover de legioenen denderden. Maar wandelaars? Keizer Hadrianus beklom de Etna, naast dat hij in het jaar 100 zijn hele rijk te voet bereisde, volgens zeggen met volle wapenrusting 21 mijl per uur marcherend. Dat laatste kun je geen wandelen meer noemen, het eerste wel. Antieke filosofen maakten waarschijnlijk wel eens wandelingen om theorieën te overdenken of met vakgenoten van gedachten te wisselen. Een concrete aanwijzing komt van de Romeinse schrijver Apuleius in zijn roman De Gouden Ezel. Hij vertelt van het elkaar gezelschap houden met verhalen vertellen tijdens een lange voettocht om dan in een stad aangekomen samen een glas wijn te drinken in een uitspanning.

4. ‘Wandelers’ en roofridders

In de Middeleeuwen schijn je toch ook, naast zigeuners, geboefte, rondreizende studenten, pelgrims, marskramers, troubadours, kermisvolk en andere beroepsmatige lopers, wandelaars te hebben gehad. Het was een onveilige tijd met slechte wegen en hygiëne, veel ziektes, plagen en geboefte. En toch. In een verdrag (1535) tussen de aartsbisschoppen van Trier en Keulen, over de roofridderburcht Daun, reppen zij van ‘kooplieden, pelgrims, wandelers (wandelaars) en gewone lieden’ die vanuit de burcht overvallen werden.

5. Vroege bergbeklimmers

In de Renaissance herkregen mensen hun belangstelling voor de natuur. In Italië begon deze herleving al in de dertiende eeuw. De eerste gedocumenteerde plezierwandeling in onze westerse cultuurgeschiedenis is die van Francesco Petrarca. In 1336 beklom hij met zijn broer de Mont Ventoux, een hoge, winderige berg van 1900 meter, gelegen in het landschap dat nu de Provence heet. Van Leonardo da Vinci zegt men dat hij eens een sneeuwveld beklom bij de Monte Rosa. Ook buiten Europa had je al ‘bergexpedities’. Tussen 1400 en 1500 trokken vele inwoners van het Inca-rijk om religieuze redenen de Andes in. Aangenomen wordt dat zij de berg Llullaillaco hebben beklommen, met een hoogte van 6379 meter. Misschien beklommen zij ook de Aconcagua, de hoogste top in de Andes.

Sinds oude tijden had je dus zeker wandelaars, maar ze waren met te weinigen om een traditie te kunnen vestigen. Er is één geval bekend uit de 17de eeuw, uit Amerika. 1642. Toen maakte ene Darby Field uit Engeland de eerste beschreven poging de Mount Washington te beklimmen, aan de Amerikaanse westkust. Het kostte hem 18 dagen om de top te bereiken, Wegen of paden waren er destijds niet en dat verklaart de lange duur van  de beklimming. Fields waagstuk is een mijlpaal want in de zeventiende eeuw waren er verder geen grote bergexpedities. In de 18de eeuw ontstaat een geleidelijke mentaliteitsverandering; mensen gaan de buitenlucht en de natuur als iets plezierigs zien. Prinsen en koningen lieten wandelparken aanleggen voor de rijken, In 1729 schrijft Albrecht von Haller het gedicht De Alpen, een volkomen nieuw onderwerp. Bergen kwamen enigszins in trek.  In 1744 bijvoorbeeld  is een beklimming opgetekend van de Amerikaanse Mount Titus.

6. Rousseau en Verlichting

De Zwitsers-Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau wordt beschouwd als bijna een oerbeeld van de moderne wandelaar.  Vast staat dat hij de grondlegger is van de moderne natuurervaring. In zijn “Overpeinzingen van een eenzame wandelaar”(1776) nummert hij de hoofdstukken als ‘Wandelingen.’ Net als bij Lao Tse is de wandeling zowel een gedachtenstroom als een fysieke activiteit. ” De wandelaar/filosoof Rousseau heeft geen vast einddoel en is vrij om bij iedere stap, bij iedere splitsing in de weg te kiezen welke kant hij opgaat. Voor hem is het doelloze wandelen een levensweg. Al lopend komt hij tot zijn beste gedachten. Slenterend kan hij zichzelf zijn.

Rousseaus werk vormt een opmaat voor de Franse Revolutie (1789), een beweging waarin het publieke recht en ook het publieke domein op vele manieren met geweld baan breekt. Precies in dat jaar 1789 kwam de Engelse Tuin beschikbaar in München, misschien het eerste grote park dat werd opengesteld voor iedereen. In dit geval was dat voor 40.000 Münchenaren.  Het heette ook gelijk ‘nationaal park’. Rousseau leefde nog in de tijd van de Verlichting. Van tijdgenoten moest wandelen vooral opbouwend en educatief zijn. Wandelen was bovendien een nieuw soort voortbewegen, waarmee burgers zich konden onderscheidden van adel. Kaarsrecht lopend en vrij om zich heen kijkend, mensen en natuur observerend, onbelemmerd door ruitjes van koetsen, liepen de wandelaars van de Verlichte Rede rond. Wandelaars begonnen heel Europa te verkennen en schreven hun ervaringen zo onbevooroordeeld mogelijk op, met bijzondere aandacht voor de sociale en politieke feiten van de gebieden die zij bereisden. Een voorbeeld is Johann Gottfried Seume uit de stad Leipzig, die in 1801 een voetreis naar Sicilië maakte van negen maanden.

7. Romantiek

De Romantici gaven het wandelen een beslissende draai die tot op de dag van vandaag resoneert. Sociale en politieke omstandigheden zagen de romantici niet langer als richtinggevend. Voortaan stond het eigen innerlijk centraal en het landschap reflecteerde dit. Romantici zochten bewust de eenzaamheid, om daar de Kosmos in zichzelf te vinden. Harz, Rügen en de Sächsische Schweiz (Saksisch Zwitserland) waren lievelingsbestemmingen van de Romantici. Het grillige reliëf in die gebieden, gecombineerd met stromend water, sloot precies aan bij hun verwachtingen. Talrijke literaire schetsen, schilderijen en kopergravures vonden hun weg naar een nieuwe grote groep kopers. Direct maakten de kunstenaars deze gebieden door hun beelden zo bekend, dat het bij de gegoede lieden van die tijd van smaak getuigde om ze zelf op te gaan zoeken. Wie het zich kon veroorloven werd per draagstoel naar de uitzichten gedragen, want de toenmalige kleding, vooral die van de vrouwen, was allesbehalve wandelgeschikt. Terugblikkend, kunnen we dit zien als de geboorte van het toerisme in Duitsland en daarbuiten.

8. Opkomst van het toerisme

De nieuwe, radicale stroming van Romantici bleef lange tijd bestaan naast de al gevestigde Verlichtingsdenkers die wandelen vooral zagen als een leerzame of sportieve prestatie. ‘Exploring’ om jezelf te overtreffen is dan ook typisch een stroming die stamt uit de Verlichting.  Horace-Benedict de Saussure (1740-1799) was een van de eerste explorers, Na het bedwingen van de Mont Blanc reisde hij vele bergen af in De Jura, de Vogezen en de Vivarais.   Karl Baedeker (1801 – 1859) was weer van een heel andere soort. Hij was, in navolging van romantici, op zoek naar eigenaardigheden en bezienswaardigheden. Hij publiceerde gidsen, waarin hij zijn wandelingen beschreef. Zo kwam in de vroege negentiende eeuw de toeristenindustrie op, ook dankzij verbeteringen aan bergwegen en toename van paden. Steeds meer mensen begonnen met bergbeklimmen. In1819 maakten Abel Crawford en zijn zoon Ethan acht en een halve mijl pad vrij naar de top van de berg Washington, nu het oudste voortdurend gebruikte wandelpad in Amerika.

Intussen werd de omgeving ook steeds veiliger, een basisvoorwaarde voor een fatsoenlijke wandeltocht. Na 1815 werd nog maar zelden verslag gedaan van struikrovers te paard. Dit kwam doordat overal in West-Europa het netwerk van tolwegen en tolpoorten uitbreidde, waardoor rovers moeilijk ongezien konden wegkomen. Vluchten door het vrije veld werd ook steeds moeilijker, omdat tegelijkertijd de oude meentgronden verdwenen en plaats maakte voor omheind boerenland in privébezit. Ook een rol speelde het toenemende gebruik van bankbiljetten. Rovers waren tuk op gouden dukaten, maar papiergeld is genummerd en valt dus te achterhalen.

Het veilige, publieke domein breidde zich uit. Op prenten rond 1830 zie je voor het eerst trottoirs met wandelaars, vaak mensen die met hun huisdier een ommetje maken. Eerst vaak schildpadden (!) later honden

In Frankrijk werd in 1837 de eerste wandelgids gepubliceerd. Vier wandelingen in het bos van Fontainebleau. In 1842 beschreef Claude François Denecourt (1788-1875) zijn eerste rondwandeling in hetzelfde bos. De “trail Denecourt” bestaat ​​nog.  Denecourt schreef in 1839 over het wandelen: “ Ik wil vergeten dat het beeld van een grandioze natuur het resultaat is van het werk van een schilder of een dichter in wie de Genie is ontstoken. “

9. Spoorwegen als katalysator

In de 19de eeuw ontstonden er netwerken van kerkpaden. Er werden door de kerkgangers afstanden gelopen, die binnen een aantal uur af te leggen waren. In alle westeuropese landen woonde destijds de overgrote meerderheid van de bevolking  nog buiten de steden, en zelfs buiten de dorpen, op het platteland. Dit veranderde pas in de tweede helft van de 19de eeuw, de tijd van Industriële Revolutie. Rond 1850 waren de meeste wegen moeilijk begaanbaar. Tegelijkertijd werden steden overvol. Men liet zich liever in koetsen of met de trein naar de beginpunten in de natuur brengen, waar men steeds vaker op vooraf uitgezette paden liep. Waar de Verlichtingwandelaars vaak achterdochtig of zelfs vijandig werden bejegend, misschien vanwege een pedante, onderzoekende houding, maakten de romantici, die een wilden zijn met de natuur en met de mensen ter plaatse, het wandelen geaccepteerd.

In 1850 reisde men nog gemiddeld 15 uur van Utrecht naar Groningen. Er waren weinig bruggen, meestal werd je bij een rivier tegen betaling door iemand overgezet. Die stond niet met een bootje te wachten, je moest hem eerst zien te vinden. Kort daarop werd het treinverkeer in het leven geroepen, waardoor grote groepen mensen ineens snel van de ene plaats naar de andere konden. Hiermee werd de weg naar het wandelen als bewuste natuurbeleving geëffend.  Je kon plaatsen bereizen waar je zonder de trein niet gekomen zou zijn. Vooral stedelingen maakte er gebruik van,

10. Duitsland

“Bergen zijn stille meesters, die zwijgzame studenten maken.“

– Johann Wolfgang von Goethe

Duitsland is het eerste land waar op grote schaal een uitgebreide infrastructuur voor wandelaars wordt aangelegd, en waar het wandelen met de ‘Wandervogel’ uitgroeit tot een echte volksbeweging.

Vanaf midden negentiende eeuw ontstonden steeds meer wandel- en bergwandelverenigingen. Burgers met een ‘heimatgevoel’ werden lid en maakten wegwijzers, wandelkaarten, schuilhutten en uitzichttorens. In 1864 kwam de ‘Badische Schwarzwalvereind’ de eerste vereniging die gericht op een middelgebergte. In 1869 werd de Deutsche Alpenverein (DAV) opgericht. In de Sächsische Schweiz werd en met historische prenten de wegen van Dresden tot in het Elbezandsteengebergte gereconstrueerd. Dit wandelpad is nog te belopen onder de naam “Schildersweg’. In 1883 werd in Fulda het Deutsche Wanderverband gesticht, de overkoepelende organisatie van alle Duitse wandelverenigingen. De Natuurvriendenwerden in1895 in Wenen opgericht, zij waren de eersten die wandelen voor arbeiders mogelijk maakten. In de Natuurvriendenhuizen (in Nederland NIVON) kon je goedkoop overnachten.

In 1896 organiseerde de Berlijnse student Hermann Hofmann enkele wandelingen voor jongeren in de buurt. Zo iets had zich nog nooit voorgedaan. In het negentiende-eeuwse Duitsland brachten jongeren uit burgergezinnen normaal hun vrije tijd binnen de familie door. Steeds meer scholieren sloten zich aan en de wandelingen werden langer; de “Wandervogel” was geboren. Karl Fischer stichtte in 1901 de “Wandervogel e.V. ‘ voor scholierenuitstapjes. Al snel ontstonden in andere steden soortgelijke groepen.

Wandervogels waren vooral jongeren die de stad ontvluchtten en door hun informele stijl het geregelde leven uitdaagden. Hun middeleeuwse voorbeeld was de reizende student, ze zongen oude liedjes die het stadsleven deden vergeten, droegen loszittende kleding. De stijve kragen en jasjes bleven thuis, en men sliep in tenten onder de blote hemel. Vanaf 1907 ontstonden ook wandelgroepen voor meisjes, Ineens deed iedereen aan wandelen, een volkssport was geboren.

11. Nederlandse voortrekkers

In Nederland waren de boeken van de Goereese dominee Jacobus Craandijck zeer populair. Hij bereisde al Neerlands windstreken en zong er uitvoerig de lof van. Craandijcks omzwervingen hadden een grote invloed op onze beleving van het wandelen.

Rond 1900 waren figuren als Frederik van Eeden voortrekker op het gebied van zowel natuurbescherming als het wandelen. In zijn boeken Onkruid 1 en 2 introduceert hij de term ‘natuurmonument’. Later, in de jaren ‘20 en ‘30, waren het de prentenboeken van Jac. P. Thijsse die de natuur en het Nederlandse landschap onder de aandacht van het grote publiek brachten. Rond 1930 ontstonden in Nederland de eerste wandelverenigingen, meestal uit gymnastiekverenigingen, die trainingstochten organiseerden. Het georganiseerde wandelen is van een andere orde: sportieve prestaties en gezelligheid winnen het hier veelal van de reflexieve natuurervaring. Rond 1970 bereikte de georganiseerde wandelsport zijn hoogtepunt. Daarna namen de groepsverbanden, uniformen en medailles gestaag af. In de Flower Power-tijd  was het niet meer ‘in’ om er zo bij te lopen, In de jaren 90 komt er een licht herstel, maar  zonder uniform. Een T-shirt met dezelfde tekst erop kon nog net.

12. Lange-afstands wandelpaden en lifestyle-wandelen

Al in 1912 bedacht de secretaris van de Duits-Oostenrijkse Alpenvereniging de term Weitwandern of lange- afstandswandelen. Hij bedoelde hiermee trekken van hut naar hut. E. Benesch beschreef (1932 ) drie ‘Weitwanderrouten’ in de Alpen. Pas in de jaren zeventig ontstond een internationaal wandelpadennetwerk. De ecologische zienswijze won terrein; wandelaars moeten zich verlaten op lokale bronnen voor eten, drinken en onderdak.  Internationale verenigingen ontstonden en heel Europa kreeg lange-afstandswandelpaden. Parallel hieraan ontwikkelde zich in Amerika de Wildernisbeweging, die vanuit de nationale parken  gelijksoortige trails  aanlegde. Nog recenter zijn lange-afstandswandelpaden in exotische gebergtes als de Andes en de Himalaya.

GPS, Nordic Walking, trekking, blotevoetenwandelen, voor elke persoon lijkt er tegenwoordig een trend te bestaan. De lifestyle-wandelaar die met drinkflessen, outdoor gear en iPod individueel gebieden verkent, puur vanwege de ervaring, zie je pas vanaf de jaren zeventig. Dit type individuele wandelaar is tegenwoordig groter in aantal dan ooit. Een wereldwijd netwerk van paden, kaarten en trekkershutten bedient hem om zijn gemak. Derde-Wereldreizigers van nu zijn de deftige lieden van toen, beschermd reizend met veel status, tijd en geld, dingen waar de lokale mensen alleen maar van kunnen dromen. Hun bedienden zijn vandaag Nepalese sherpa’s en Andes-indianen die hun rugzakken over de bergpassen dragen. Ze zijn er voor de mensen die nog echt platteland willen zien, vol pittoreske armoede. Intussen schuift de grens van de ongereptheid op. Voor veel mensen is de gedachte aan een ongerept gebied onweerstaanbaar en zij stropen systematisch de globe af op zoek daarnaar. Eens zullen deze gebieden op zijn en dan bestaan wandelingen nog slechts in de voetsporen van anderen. Maar dat deden de toeristen in het oude Griekenland ook al die de Egyptische piramides gingen bezoeken.

(In sterk verkorte vorm is dit artikel begin 2012 gepubliceerd in wandelkrant Te Voet)

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Cultuurhistorie, Wandelen en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Geschiedenis van het recreatieve wandelen

  1. natuurfreak zegt:

    Best interessant.Zo ver had ik nog nooit nagedacht over wandelen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s