Amphi Parnas

Literair cabaret aan Oudegracht

Amphi Parnas (1951) bleef steken in goede bedoelingen

De snelweg Amsterdam-Utrecht was nog in aanbouw, de Zeeuwse watersnoodramp nog niet gebeurd. De streekroman bloeide. Wij schrijven 1951 en het herstellen van oorlogsschade kwam nog op de eerste plaats, zoals in de hele periode ’45-’55. Het eten was zojuist van de bon. In dit klimaat ontstond op 8 januari 1951 in hartje Utrecht een literair cabaret, en een van de eerste naoorlogse lichtpuntjes: Amphi Parnas.

1951: Utrecht moest het doen met de Stadsschouwburg, waar uitsluitend gevestigde grootheden als Wim Sonneveld, Johan Kaart en Toon Hermans optraden. 1951 is ook het razend populaire geboortejaar van het Utrechts Studenten Cabaret, met sketches die gretig werden geïmiteerd Verder had je amateurtheater, daarbuiten alleen Amphi Parnas.

Zo’n vijftien artiesten kwamen samen op Oudegracht 103, twee huizen van Oudaen..

De geboorte van ‘Parnas’ op 8 januari 1951 werd ingeleid door C.A. Schilp, voor de oorlog een gezaghebbend cultureel journalist. Schilp haalde in zijn inleiding de naam aan van Jean-Louis Pisuisse als lichtend voorbeeld. Pisuisse was de eerste echte Nederlandse cabaretier, met een eigen gezelschap dat het jarenlang volhield, tot zijn dood in 1927.

Pisuisse was innemend, had een sterke zangstem en een indringende voordracht. Op luit of gitaar, begeleid door piano zong hij zijn liedjes en chansons. Hij was ook de eerste conferencier, met een persoonlijkheid en visie die hem zeer invloedrijk maakten. Uiteenlopende figuren als Wim Kan, Herman van Veen, Paul van Vliet en Ramses Shaffy bewonderen hem. Pisuisses ‘Mens durf te leven’, is het lijflied van het Nederlandse cabaret.

Kassakraker

De culturele blik was achterwaarts gericht. Johan Kaart vulde de Stadsschouwburg in januari 1951 met een kassakraker uit de jaren dertig. Hij was daar schielijk naar teruggekeerd, nadat hij met lege zalen was geconfronteerd toen hij in 1946 even de gebaande paden verliet. De tijd was niet rijp voor vernieuwing, het publiek wilde klassieken. Amphi betekent kring, en Parnas verwijst misschien naar de ‘Utrechtse Parnas’, een groep neolatijnse Utrechtse dichters in de zestiende en zeventiende eeuw. De Stadsschouwburg vertoonde in januari 1951 ook jeugdtoneel met Joseph in Dothan, een treurspel van Vondel. Folklore was ook klassiek.

Amphi had op 8 januari Oudhollandse boerenliederen en Tiroler dans, naast Franse chansons, Winiawski, Mourret en Sjostakowitsj. In die tijd maakte de jodelende Nederlandse huisvrouw Olga Lowina furore, en vermaakte men zich kostelijk bij boertige types. Ontwikkeld Nederland las Vestdijk en Bordewijk en bezocht klassieke concerten. Pop- en jazzconcerten kreeg je pas na ’55. Dan pas komen de nozems met vetkuiven en de zwartgeklede, Sartre citerende jazzliefhebbers.

1951 had jongerencultuur noch alternativisme. Cultuurrelativisme bestond niet; er waren geen allochtonen en als die er waren,  hadden mensen het drukker met hun eigen gezinnetje of het land weer op poten te helpen. De Utrechtse grachten waren tot 1960 vooral opslagruimte. Een belangrijk podium, Tivoli, werd rond 1955 gesloopt. Het was een imposant gebouw dat deed denken aan de Wiener Philharmoniker. Er werd een onappetijtelijk houten bouwsel in de plaats gezet.

Cultuurliefhebbers koesterden ieder lichtpuntje. Het verklaart de soms kritische, maar eigenlijk welwillende toon waarmee het Utrechts Nieuwsblad de ‘Amphi’ optredens bespreekt.

UN, dinsdag 9 januari 1951.  ‘Amphi Parnas behaalde een opmerkelijk succes.’ ‘ De aandacht verflauwde geen ogenblik’ ‘Gitarist Jan Sirks oogstte als solist veel bijval.’ Sirks was een timide Bilthovense jongeman en meester op de akoestische gitaar. Hij werd beschouwd als de beste Utrechtse gitarist. Aan de Bemuurde Weerd had hij zijn eigen winkel, de Gouden Harp.

Harry Staffhorst had de andere muziekzaak en zag Jan wel eens bij hem binnen lopen vanwege het bredere assortiment. Jans Gouden Harp gaf lessen voor een knaak per week. Slaagde je voor de cursus, dan kreeg je de gitaar erbij. Rond 1960 verscheen hij in Oliemullers Muzevaltheater als gastmusicus, net als Harry’s vader. Met liedjes van Louis Davids!

Katja de Jong deed een ‘geestige en sierlijke dans’ en Lex Barmen ’t Loo bracht ‘bekoorlijke prozaschetsjes’. ‘Haar dictie en gebaar zijn in hoge mate suggestief’ en Ruttes conference ‘een geestig intermezzo’. Aja Schilp droeg ‘uitnemend’ voor uit een werk dat ‘tintelde van humor’. En Fred Menger, ‘een der allerbeste krachten’ ,Hij was een voordrachtskunstenaar die ook voorlas tijdens radio-uitzendingen. Uit ‘Cinema en Theater’, 25 juni 1943:”Hij is een voortreffelijk declamator en heeft een prachtige, donkere stem.

Het UN weer: ‘Wout Bakkenes liet een door zijn vrouw gemaakte marionet een ‘danse macabre’ uitvoeren, een vorm van variété die in de jaren dertig zeer populair was. En Rien Nout in haar Indisch kostuum’ droeg ‘De Morgenstond’ voor. Rien behoorde tot de  Indische Nederlanders die na de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië hierheen kwamen.

Sommigen speelden in Hawaiiaans geïnspireerde bandjes, waar meisjes in hoelarokjes bloemen uitdeelden. Voor Nederlanders van de getampte pot pure verwennerij. Maar toen de rock en roll na ’55 opkwam was het met deze muziek snel gedaan..

Buziau

Bloemen en gulle ovaties en ook een gunstige persbespreking was Amphi Parnas’ deel. Ze traden wekelijks op en wisselden elke twee weken van programma Op de 16de viel dus weinig nieuws te bewonderen, behalve dan Rijk de Gooijer die, 26 jaar oud, Rien Nout verving.

UN: ‘verreweg het glanspunt van de avond, met een knappe Buziau-imitatie.’ ‘Ook het zielige heroïsche van de zwerver’. ‘Zijn imitatie bezit een behoorlijke voorraad echt talent.’ Louis Buziau was een Nederlands artiest, die jarenlang  in alle revues de hoofdrol speelde, zoals in ”Turf in je ransel” en ”Met vlag en wimpel”. Hij is een eersteklas clown genoemd, ijzersterk in typeringen en parodieën, een van de grootsten. Ook Toon Hermans was weg van hem.

Rijk de Gooijer deed al amateur-cabaret op een jongelingenvereniging. Zijn gereformeerde familie was geschokt, hun zoon ineens bij de VARA-radio te horen, en nog wel op zondag.

In 1949/50 en in 1952/53 werkte hij bij Wim Kans ABC-cabaret. Dan ontmoet Rijk in Amsterdam Johnny Kraaykamp. Als duo doen ze vanaf 1956 een vast maandelijks TV-optreden  bij de AVRO. Rijk wordt vanaf 1960  gevraagd voor talloze filmrollen.

Utrecht was in 1951 een stad van prelaten en ambtenaren, zetel der Spoorwegen, van het hoofdkantoor der Nederlands Hervormde Kerk, en hoofdstad van het Aartsbisdom. Alle klerikale kerkoverheden zaten er. Het was een voorbeeldstad, je hoorde er Latijn en Gregoriaans. Zelfs hier waren wel wat cabaretactiviteiten, maar zonder vaste plek In 1950 zat aan de Vismarkt een dans- en feestgelegenheid. En onder garage Vredendaal aan het Domplein lagen immense kelders die doorliepen tot aan de gracht en ook daar was af en toe iets. Utrecht had geen acteursopleiding, theaterwetenschap bestond niet. De Academie voor Expressie die leidde alleen op tot theaterdocent. Acteurs-in-spe werden verwijderd.

Het Utrechtse Studentencabaret ontstond nadat student theologie Johan Noordmans en medicijnenstudent Paul van Wely het Utrechts Studenten Corps versterkten. Noordmans was ‘jaren met cabaret bezig geweest zonder het te weten’. Het begon met een bonte avond die zo’n succes had, dat het tot een cabaretgezelschap leidde. Hun eerste programma werd zo populair dat ze in 1952 het Kriteriontheater in Amsterdam afhuurden. Met  kolderiek cabaret vol slapstick a la Tati trokken ze vier jaar door het land.

Hun populariteit stak tot het eind toe, in 1955, de Grote Drie naar de kroon: Kan, Sonneveld en Hermans togen met hun opschrijfboekje naar de voorstellingen. Johan Noordmans durfde als eerste een geestelijke op de planken belachelijk te maken in de sketch ‘de jeugdleider uit Lunteren’ (1952). Resultaat: Oudjaar 1954 deed Kan ‘de dominee’. Toon Hermans kwam met ‘De Sprekert’, en Sonneveld  ‘Frater Venantius’. In 1955 zwaaiden de studenten af. Noordmans werd dominee, Van Wely huisarts. Het grote stijve theater, met alle stoelen op een rij van Kan en Sonneveld deden, was toen zijn monopolie al kwijt en kreeg er een scene bij van rommelige cafeetjes met artiesten aan de bar of achter de piano. Het oer-cabaret herleefde.

In 1957 begon het Tingel-Tangel-Cabaret met Marijke en Sietze Hoving, 1958 Lurelei en in 1959 Jaap van de Merwe met zijn cabaretensemble. In 1960 keken de Parijzenaren naar Ionesco en Beckett: de opkomst van het absurdisme.

Baby

Terug naar Amphi Parnas. De 23ste januari 1951 werd het UN voor het eerst vinnig: ‘Een cabaretier is geen toneelspeler. Bij een kunst die zo met pointes werkt,  moet wat je brengt ook kort zijn en puntig. Dit heeft Amphi Parnas nog niet.’  Het blad merkte een vrijere , ‘on-Utrechtse’ sfeer op. En had moeite met de typering ‘literair cabaret’: ‘Het literaire valt al snel buiten het eigenlijke cabaret’.

Rien Nout droeg die avond voor uit onder andere Multatuli. Het blad: ‘waarom geen puntige teksten, voor een speciaal cabaretprogramma? Dit zijn netjes voorgedragen, kant en klare tekstjes, eerder voor een familiefeestje met pretentie.’ De krant wil dat ze meer speelbare sketches zelf schrijven en vindt sommige vertolkingen zoetelijk, zonder enige

satire of persiflage op de actualiteit, op Ruttes conferences na en dan nog bij vlagen.

De eerst zo gewaardeerde Menger is nu ‘te langzaam en nadrukkelijk’ en de klassieke muziek hoort volgens het blad thuis in een concertzaal. Ook de choreografie hapert: de danseres danst maar wat, en Snellenberg neemt te kleine pasjes op het toneel.

Zes februari noemde het UN Amphi Parnas: ‘De baby in de Utrechtse amusementsfamilie’ Ziekte kan voor een baby noodlottig zijn en Amphi-medewerker Lex Barmen ’t Loo heeft griep. Het leek of de aanwezigen daar ook last van hadden. De conferencier was niet op dreef, danseres Katja de Jong leek haar armen niet in bedwang te hebben. Maar: ‘De Perkoetoet’ van Rien Nout was ‘als geschreven om door haar te worden voorgedragen’. Een verademing was ook Marijke Ponsioen,  als ‘het cabaret in zijn glorietijd’,  met haar liedje ‘hun muziek’

Het Utrechts Nieuwsblad  meldt tenslotte, dat over een week of vier, vijf, Amphi Parnas met een gewijzigd programma komt, dat wellicht wat revue-achtiger wordt, en wenst ze veel succes toe met oefenen. Maar tot in mei van dat jaar valt in het UN helemaal niets meer te vernemen van het illustere gezelschap. Wij verwachten dat het een stille dood is gestorven.

(met dank aan Harry Staffhorst jr, Joris Schiks en het Utrechts Archief)

©2004 H.F.(Frank) Flippo

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Literaire onderwerpen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s