Alexandra David-Néel


Alexandra en route

Ze schreef dertig boeken vol avonturen, filosofie en spiritualiteit en ondernam uiterst avontuurlijke reizen. Ze was de eerste westerse vrouw die de verboden stad Lhasa bereikte, de eerste met een eredoctoraat Sanskriet en de eerste vrouwelijke Lama. Zij bewoonde een ‘Fort van Meditatie,’ Samtem Dzong, in de Provençaalse Alpen en stierf op 101-jarige leeftijd in 1969, het jaar van het Woodstock-festival. Alexandra beïnvloedde toonaangevende mensen zoals filosoof Alan Watts, de eerste die Zen bij een groot westers publiek bekend maakte, en de beatschrijvers Jack Kerouac en Alan Ginsberg..

Samtem Dzong in Digne was misschien wel het eerste boeddhistische centrum in de westerse wereld in de jaren dertig; het is tegenwoordig ‘haar’ museum. De huidige Dalai Lama bezocht Samtem Dzong in de jaren ‘80 twee maal, als eerbetoon. Ook voor vele anderen blijft het een inspirerende plek. Hier woonde een non-comformiste die vóór alles, mensen opriep kritisch hun ervaringen te onderzoeken.  Op haar 101de verlengde ze haar paspoort nog voor een nieuwe reis. Voor ze overleed, was ze nog van plan geweest in haar tuin een studie- en meditatiecentrum te laten bouwen. Op 28 februari 1973 werd haar as uitgestrooid over de Ganges, samen met die van haar geadopteerde zoon Lama Yongden.

Jules Verne

Op 24 oktober 1868 werd Alexandrine David vlakbij Parijs geboren in een welgesteld, stijf-burgerlijk milieu waaraan ze haar hele jeugd probeerde te ontsnappen. Als 5-jarige liep ze al doelbewust weg, tijdens een wandelingetje door het Bois de Vincennes, en was woedend op de mensen die haar terugbrachten.

Aan lezen en aan zelfreflectie deed ze al vroeg. Ze verslond de boeken van Jules Verne, en mediteerde rond haar tiende dagelijks voor het slapen gaan op een Bijbelvers. Op de katholieke meisjesschool genoot ze van de mogelijkheid tot retraite. Van de Klassieke Oudheid hadden direct de Stoïcijnen haar voorkeur, met hun streven naar gelijkmoedigheid in alle situaties, en hun streven geluk te ontlenen aan het enige wat werkelijk van jezelf is: je gedachten.

Alexandra als tiener

Als achttienjarige trok ze te voet over de Gotthardpas met alleen wat geld, een regenjas en een boek van de Stoïcijn Epitectus bij zich. Platzak, belde ze haar moeder die haar kwam ophalen bij het Lago Maggiore. Zo gauw de wet het toestond, op de verjaardag van haar 18de, verliet ze het ouderlijk huis en ging oriëntalistiek studeren aan de Sorbonne. In die tijd werd ze anarchiste, wat goed aansloot bij de leringen van Boeddha, die de autonomie van het individu verdedigt en het Indiase kastensysteem bekritiseert. Volgens Boeddha bestaat er geen gezag buiten jezelf. In het Parijse museum voor oriëntaalse kunst kon Alexandra uren dwalen. Van toen af wilde ze zich laven aan de bron, en die plekken en mensen zelf bezoeken. In 1891, 23 jaar, reisde ze dankzij een erfenis voor het eerst naar India en leerde Sanskriet. In Varanasi studeerde ze yoga bij Swami Bhaskarananda, die permanent in een rozentuin woonde. Na een jaar moest ze terug wegens geldgebrek. Terug in Frankrijk, schreef ze ‘Het Boeddhisme van Boeddha’, een briljante inleiding in het boeddhisme.

Tumo

Ze werkte daarna als operazangeres. Tot ze de dertig naderde en moest trouwen, op straffe van uitsluiting. Ook in Parijs rond 1900 had een vrouw nog geen andere optie. Zo huwde zij Philippe Néel, een bemiddelde spoorwegingenieur. Uit liefde, maar ook die kon haar niet blijvend binden. Het stel vestigde zich in Tunis. Alexandra, zangeres-af, kreeg een baantje achter de schermen bij de opera. Ze werd neerslachtig en zag in de spiegel, hoezeer ze begon te lijken op haar moeder. Tot ze in 1911 opnieuw op reis mocht ‘voor een jaar naar India’. Het werden 14 jaren.

Na weken van fysieke ontberingen keek ze opnieuw in de spiegel en zag een andere vrouw. De oude levenslust was helemaal terug. Ze reisde rond, las, studeerde bij beroemde yogi’s. Een westerse vrouw die geen koloniale houding aannam maar diepgaand geïnteresseerd was in de cultuur ter plekke was daar nog nooit vertoond. Haar groeiende bekendheid en vloeiende Sanskriet bezorgden haar een eredoctoraat in Varanasi, het eerste ooit aan een westerse vrouw. Maar haar eigenlijke doel lag noordelijker. In 1912 bereikte ze voor het eerst de voet van de Himalaya. Vanuit Sikkim maakte ze haar eerste Tibetreis en ontmoette zelfs de toenmalige Dalai Lama. Geroerd door haar kennis van Tibet adviseerde hij haar, Tibetaans te leren, om zelf met de grote leermeesters te kunnen praten. En dat deed ze.

In Sikkim ontmoette ze tijdens een retraite een jonge monnik, Yongden, die een vriend werd voor het leven en met wie ze haar beroemde Lhasa-reis ondernam. Yongden was in de twintig en zij in de veertig toen zij elkaar ontmoetten, en daarom adopteerde ze hem als zoon, zoals ze dat noemde. Feitelijk was hij haar bediende: droeg de zwaarste lasten, zorgde voor eten en overnachtingen en redde haar met zijn Tibetaans uit penibele situaties. De zachtaardige Yongden had moeten breken met zijn Sikkimese familie om een zwervend leven met Alexandra te kunnen leiden. Hij bleef tot zijn dood bij haar als verzorger annex geleerde, die ook hoogst lezenswaardige boeken schreef.

In Sikkim bracht Alexandra een winter door in een grot om zich de drie beginfases van Tibetaanse meditatie eigen te maken: tawa of het vermogen de werkelijkheid te onderzoeken, daarna gom, het vermogen tot denken en mediteren, en tenslotte chyod pa, de kunde om de opgedane inzichten in praktijk te brengen. Van de abt van het La-tsjen klooster in noordelijk Sikkim leert zij de kunst van het gedachtelezen. Ze leerde ook tumo: mentaal opwekken van lichaamswarmte, om warm te blijven op plekken waar je anders bevriest.

Ruimtevaart

Toen opnieuw na een jaar het geld op was, besloot ze hoe dan ook te blijven. In haar met liefdesverklaringen doorspekte brieven haalde ze er haar man steeds opnieuw toe over, bedragen over te maken voor haar levensonderhoud. Maar er was ook een jarenlange periode waarin nauwelijks geld binnen kwam. Alexandra leefde op een dieet van Tibetaanse boterthee en geroosterde gerst (tsampa). ‘Ontberingen verheffen de waarlijk grote zielen; slechts kleine zielen worden er vals van’, zei ze later. Haar reizen wisselde ze af met lange retraites in kloosters. Zo gauw ze terugkeerde in Europa, schreef zij ‘Magie en mysterie in Tibet’ (1929). Reisboek noch autobiografie, maar een studie van psychische ontdekkingen, van occulte en mystieke theorieën en van psychische trainingspraktijken. Een boek zoals er nooit eerder was verschenen.

In 1937, 72 jaar oud, ondernam ze nogmaals een Aziëreis, van bijna 10 jaar. Halverwege hoorde ze dat Philippe was overleden. In 1946 keerde ze terug naar Digne. Met Yongden. Maar in 1955 stierf ook hij plotseling. Vanwege haar omvang en haar artritis in de laatste jaren, kon ze nauwelijks meer lopen. Maar haar geest bleef helder. Ze bleef geïnteresseerd in uiteenlopende onderwerpen als ruimtevaart en politiek. Tot op hoge leeftijd bleef ze naar de bergen trekken vanwege de stilte, en bleef ook schrijven. De boeken uit haar dertig delen tellende oeuvre zijn vrijwel zonder uitzondering diepzinnig en boordevol avontuur.

Uitspraken van David-Néel:

“De hemel is bedacht uit angst voor het verdwijnen van het illusoire ego. Dat vergankelijke ego is het echte gezicht van de dood, opgebouwd door oude oorzaken en dat weer uiteenvalt door nieuwe. Voor wie deze illusie opgeeft, bestaat de dood niet langer.”

“Vorige levens leiden je naar andere persoonlijkheden, maar die zijn allemaal slechts een deel van je ik. Voorbije levens vloeien uit over ontelbare andere levens, zodat wellicht ieder een stukje Stalin, Jezus of Hitler in zich heeft. Ieder mens draagt een ‘menigte’ in zich.”

“Geloven dat men weet, is de grootste barrière op weg naar kennis.”

“Nooit stilstaan op de weg naar onderzoek die zich oneindig ver vanaf de voeten van de zoeker uitstrekt.”

“Leegte: oorspronkelijke zuiverheid en geboorteplaats van ideeën. ‘Niet doen’ is: schoon en leeg maken van onze geestelijke basis. Het betekent dus: bevrijding.”

Bronnen:

Een vrouw reist door Tibet, Alexandra David-Neel

Mystiek en magie in Tibet, Alexandra David-Néel

De geheime leer van Tibetaanse boeddhistische sekten, Lama Yongden en Alexandra David-Neel

Alexandra David-Neel, portrait of an adventurer, Ruth Middleton

Wikipedia-France

De website van het Cultureel Centrum Alexandra David-Néel in Digne:

http://www.alexandra-david-neel.org/anglais/acca.htm

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van onder andere 'Esoterie in begrijpelijke taal', (non-fictie verschenen maart 2013). Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Biografische schetsen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s