Coniferen en porcelein: het Pinetum van keizer Wilhelm II in Doorn

PInetum van Huis Doorn

PInetum van Huis Doorn

(Door Frank Flippo)

In het fraaie park van Huis Doorn is het Pinetum een wat vergeten hoekje. Er wijst geen pijl heen, er lopen weinig paden door. Het geheel maakt een wat verwaarloosde indruk. Dit kan kloppen. Vergeleken met de oorspronkelijke opzet in de jaren dertig zijn veel bomen te ver uitgegroeid, vele andere, representatief voor de verzameling, zijn verdwenen, paden zijn overwoekerd. Ook de karakteristieke porseleinen bordjes zijn verdwenen. Toch blijft het een ommetje waard. Waarom wilde Wilhelm dit, en wat maakt dit Pinetum toch bijzonder?

Bomen verzamelen is misschien wel van alle tijden. In ieder geval verzamelden de oude farao’s al bomen. Koningin Hatsjepsoet (1508–1458 v. Chr.) plantte ebben- en wierookbomen tussen graftomben. Dit was geen pinetum, maar een tuin voor plezier en houtproductie. Het ebben ging naar meubels, de zoetgeurende bomen verdwenen deels in de wierook.

Bomentuinen aanleggen omwille van het verzamelen gebeurde pas vanaf ongeveer 1800. Vaak waren het gepensioneerde industriëlen. Van inktfabrikant Von Gimborn draagt het arboretum in Doorn nog zijn naam. Een Engelse kweker zei in 1880: “Een beetje landgoedeigenaar heeft tegenwoordig een arboretum.“ Net als chinoiserie, Franse wandtapijten en een rosarium. Een beetje bomentuin had honderd boomsoorten.

Rond die tijd verschenen de eerste naaldboomtuinen. Vanuit Amerika, Japan, China en Klein-Azië werden naaldbomen verscheept voor Europese verzamelaars. Schovenhorst in Putten werd de eerste bekende in Nederland en was dat nog steeds toen rond 1929 Wilhelm nadacht over een eigen pinetum. De Berlijnse beurskrach en daaropvolgende geldontwaarding zat hem daarbij in de weg. Maar zijn vele vrienden en relaties boden uitkomst. Schenkingen kwamen in ruime mate; met Kerst en met zijn verjaardag op 27 januari 1932. Hij noemde dat de Coniferen-spende. Die ‘spende’ zou jaren aanhouden.

In 1932 begon de eerste aanleg, ontworpen door de Boskoopse firma Van Noordt die al ‘seit einem Menschenalter’  beplantingen installeerde in de Koninklijke Tuinen te Potsdam. De Doornse tuin kreeg porseleinen bordjes met soortnamen aan de bomen, en weer andere met de namen van de schenkers. Een vroeg voorbeeld van sponsoring. De directeur van het Puttense pinetum schonk hem in 1932 reuzenzilversparren. In 1932 was het pinetum een halve hectare groot, met 100 coniferen. Ze waren nog klein. Het blad ‘De Doornse Kaap’ beschreef het als een ‘lichte open ruimte, beplant met enkel jonge groene planten van verschillende vorm en grootte ‘, waaronder zeldzame exemplaren die tot dusver in Nederland bijna niet te vinden waren.

In 1933 stonden er al honderdvijftig soorten. Er werd zelfs nagedacht over een tweede tuin, buiten het park, gevuld met goedkoop plantgoed en tegen entree te bezoeken. April 1933 stonden er 400 coniferen van 150 variëteiten. Het Duitse blad ‘Florialia’ (1933): ‘een goed onderhouden gazon met ver vaneen staande bomen, met duidelijke bordjes.”

Uitbreiding

In 1934 kwamen er in twee weken duizend coniferen bij in een nieuw gedeelte met als middelpunt een rond veldje met een Amerikaanse eik. Het was een geschenk van zijn vrouw ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag. ‘Deze Kaiser-Eiche belooft met zijn groote, roodkleurige bladeren een bijzonder sieraad in de herfstkleuren te worden,’ (Doornse Kaap). Later werd er een marmeren vaas bij geplaatst.

In 1938 gaf de keizer bij de laatste uitbreiding tot ruim een hectare, een toespraak voor de tuinlieden:: ‘Nun gibt es Kopfarbeiter und Handarbeiter. Ihr seid das Letztere. Aber vor Gott sind beide gleich … Zum Dank für die vortreffliche Ausführung der Pinetumerweiterung habe ich Euch mit Ihrer Majestät der Kaiserin zusammen den Nachmittagskaffee angeboten’.

Deze tuinlieden bouwden een ‘Hügel am’ de Molenweg waarop in 1939 een esdoorn werd geplant met geel-roze gevlekte bladeren (Acer pseudoplatanusLeopoldii), bedoeld als ‘geboorteboom’ voor Prinzessin Beatrix. Er werd een porseleinen schild aan gehangen met haar naam en geboortedatum. Het laatste Pinetum-geschenk kwam enkele weken later, toen de keizer bij zijn tachtigste verjaardag van inwoners van Doorn een tuinhuisje kreeg voor in het Pinetum. Dit tuinhuisje werd twee jaar geleden door hangjongeren in de brand gestoken. Inmiddels is er een nieuw huisje geplaatst.

De stijl van het park

In de eerste pinetums en arboretums werden bomen gerangschikt naar plantenfamilie, zodat je wandelend door een plantkundeboek bladerde. Dit vonden mensen saai en onnatuurlijk. Veel populairder werd de‘geografische’ mode: planten uit eenzelfde gebied bij elkaar. Wilhelms pinetum is geen van beide. Op de eerste plaats is het de collectie van een verzamelaar, voor ‘plezierig toeven’. Wilhelm had proeftuin noch laboratorium. Hij kreeg ooit het prestigieuze Lonkhuysens tuinarchitectuurboek cadeau, maar lijkt het nauwelijks te hebben ingekeken. Het was hem vooral te doen om het genoegen waarmee hij bezoekers langs zijn nieuwste bezittingen kon leiden.

Boeiende bomen

Een tuin groeit en blijft nooit dezelfde. Na het overlijden van de keizer groeide het pinetum dicht. Vele soorten verdwenen. Op hun plaats kwamen veel eendere soorten uit eigen kweek, waardoor het Pinetum eentoniger werd.

In 1949, acht jaar na Wilhelms dood, groeiden er nog veel schijncipressen, maar weinig dennensoorten, vond de auteur Boom in zijn boek ‘Dendrologie’. Als collectie vond hij het pinetum niet bijzonder, maar wel gezien de ouderdom van de bomen. Nergens anders in Nederland staat zo’n collectie naaldbomen boven 45 jaar. Het Pinetum trok altijd veel aandacht en is ook beter behouden gebleven dan andere ‘Parkanlagen’ van de keizer zoals het rosarium, de Auguste Victoriagarten en de zichtlijn. Verder bevat het Pinetum interessante individuele bomen. Een greep uit Booms inventarisatie:

Schijncipressen, een geurige naaldbomenfamilie uit Oost-Azië en Noord-Amerika. Japanners gebruiken het hout voor doodkisten, tempels en tafeltennistafels.

Verder de Weymouthden, de hoogste boomsoort van de Amerikaanse oostkust. De naalden bevatten meer vitamine C als citroenen, goed voor verkwikkende kruidenthee. Indianen noemden de Weymouth Arirondack (boometers) vanwege de eetbare bast.

En de levensboom, die duizend jaar kan worden. De reuzenlevensboom werd gebruikt voor totempalen Thee van de twijgjes helpt tegen hoofdpijn en verstopping. De taxus, symbool voor de alomtegenwoordige dood. De Japanse tempelboom Thujopsis staat er en de zeldzame Hemlockspar.

De decoratieve Japanse cipres, de roodachtige Osawacypres en de Japanse ceder, het nationaal symbool van Japan, zijn aanwezig. Verder de ‘Elegans’ met zijn altijd jonge spruiten. De kruidig geurende Nieuw-Zeelandse Libocedrus, sparvarianten als Witte spar, Blauwspar en Fijnspar. De reuzensequoia staat er.

Karakter van naaldbomen

Naaldbomen geuren scherper vanwege hun antiseptische bestanddelen, wat een wandeling zeer verfrissend maakt. Hoestsiroop wordt vaak gemaakt van dennennaalden. Naaldbomen groeien op voor loofbomen onherbergzame plekken: ijle lucht, arme grond, extreme droogte of kou, of juist uiterst vochtig zoals bij coniferen aan de Amerikaanse noordwestkust. Zulke coniferen zitten vol schimmelwerende stoffen. Naaldgewassen zijn taaie overlevers met leerachtige naalden, haren en kegels. Het oudst bekende levende wezen ter wereld, ruim 4000 jaar oud, is een naaldboom, hoog in de bergen van Californië. Gepantserd tegen kou, droogte en indringers en vaak stram in het gelid, vergaan naaldgewassen nauwelijks. Eerder verharden ze, zoals ‘s keizers eigen gebalsemde overblijfselen. Balsem bevat ook stoffen uit dennenhout. Naaldbomen zijn roerloze wezens, stil maar vol verborgen leven, zoals de vele historische voorwerpen binnenshuis. Was het vanwege deze eigenschappen dat Wilhelm liefde opvatte voor deze planten?

Het Pinetum nu

Regelmatig stalen bezoekers de porseleinen bordjes. Uit voorzorg verwijderden medewerkers daarom eind jaren zeventig de rest. De meeste bordjes zijn hierdoor bewaard gebleven. Op een lijst in het archief van Huis Doorn staan alle soorten en variëteiten van mei 1935. Deskundigen determineerden in 2010 alle bomen. Een aantal van de oorspronkelijke 160 soorten bleek gestorven en niet herplant. Momenteel herbergt het Pinetum nog 60 tot 70 soorten, ruim 40 % van het oorspronkelijke aantal. Onlangs is het bomenbestand opnieuw gecheckt.

Sinds 2011 bestaan er plannen, het pinetum in oude luister te herstellen en ook willen geïnteresseerden een gidsje uitbrengen speciaal voor de bomentuin. Maar wanneer zullen deze dingen gebeuren? Recente bezuinigingsplannen bedreigen zelfs de openstelling van het huis zelf. Het park zal altijd wel open blijven, al was het alleen omdat het direct aan het dorp grenst en veel Doornaren er willen wandelen.

Ook het pinetum is vrij toegankelijk; opvallende punten in het park zijn gemarkeerd met grote informatieborden die foto’s laten zien van hoe het er ooit uitzag.

Advertenties

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), journalist, historicus, (tekst) schrijver en schrijfcoach/docent. Auteur van onder andere 'Esoterie in begrijpelijke taal', (non-fictie verschenen maart 2013). Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, natuur.
Dit bericht werd geplaatst in Cultuurhistorie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Coniferen en porcelein: het Pinetum van keizer Wilhelm II in Doorn

  1. natuurfreak zegt:

    Bomen zijn erg belangrijk maar velen geloven dat nog niet.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s