Rients Ritskes ‘Zen en onzin van het leven’: Alleen buiten je comfortzone kun je leren

(Door Frank Flippo)

Nederlands bekendste Zenleraar heeft een tamelijk uniek boek geschreven. Een boek dat koans uitlegt, las ik niet eerder. Daarom kan ik het niet vergelijken met andere boeken over dit onderwerp. Het leidt mij in de wondere wereld van de koan; ziehier een kort verslag van mijn ontdekkingsreis. Koans bestuderen is nooit een gemakkelijk uitstapje, maar de energie die het savoureren ervan kost, betaalt zich zeker terug.

Een harde leerschool

Een koan is een raadsel, vraag of een formulering die bewust tegenstrijdig is. Hij is bedoeld om veel op te kauwen en herkauwen tijdens het mediteren, zoals een mantra dat kan zijn. Met veel geluk kun je uiteindelijk de achterliggende waarheid ontdekken. Koans zijn met opzet cryptisch, omdat volgens de Zenfilosofie woorden nooit rechtstreeks naar de werkelijkheid leiden. De werkelijkheid valt alleen op directe wijze te ervaren, door onmiddellijk, zonder tussenkomst van storende gedachten, te ondergaan van wat zich voordoet.

Koans bieden inzicht in het tegenstrijdige van onze werkelijkheid. Neem nu de koan ‘poortloze poort’; titel van een bekende collectie koans en basis voor ‘Zen en onzin van het leven’. Hoe kan een poort nu poortloos zijn? Rients’ verklaring: Hij is poortloos omdat hij altijd open staat. Elk gewenst moment kun je erdoor. Het is de poort van het geluk dat voor het grijpen ligt.

Dat geluk kun je benoemen met de modieuze term ‘flow’ – een eeuwig nu om vreugdevol in op te gaan. Waarom zitten we daar niet altijd in? Misschien wel door onze gemakzucht of onze hang naar de comfortzone. Rients heeft die beslist niet gezocht. Toen hij nog in de leer was in een Japans Zen klooster, werd zijn leraar eens boos omdat hij hem verdacht van snurken tijdens de meditatie. De leraar timmerde hem langdurig met een stok op zijn rug; de stok brak na 36 harde slagen. Rients onderging deze kwelling zo onbewogen mogelijk.  Dat lijkt masochisme, maar is het niet. Het slachtoffer heeft er zeker niet van genoten. Toch vindt hij dat het incident hem veel heeft gebracht. Jaren later bezocht hij zijn kwelgeest opnieuw en nodigde hem zelfs uit om in Nederland gastlessen te komen geven. Ook in uiterste omstandigheden is Rients Ritskes dus in staat tot totale acceptatie. Misschien is ‘acceptatie ondanks alles’ wel het wezen van Zen. Om met Rients te spreken: ‘alleen buiten de comfortzone wordt geleerd.’

Een universele uitspraak. Neem nu het geschiedenisonderwijs en de unanieme afkeer van jaartallen. Die spelen nu veel minder een rol dan voorheen. Direct gevolg is dat de algemene historische kennis de laatste jaren is gekelderd. Jaartallen zijn namelijk de structuur waaraan de geschiedenis kennis ophangt.

Een ander voorbeeld is yoga. Asana’s (yoga-houdingen) voelen voor elke ongeoefende ongemakkelijk. Juist die ongemakkelijke houdingen versterken je pezen en spieren, vergroten de doorbloeding en bevorderen je afweer en je concentratievermogen. Ook Zen voelt voor een beginner vaak ongemakkelijk. Maar het bevordert je concentratie en is goed voor je lichaam.

Het moeilijkst voor een beginner is afstand nemen van vragen als: waarom doe ik dit, wat schiet ik ermee op, is het geen zonde van mijn tijd? In mij komen die op omdat Zen meditatie moeilijk voor mij is. Intussen heeft elke Zen sessie achteraf bijna altijd een gunstig effect op mijn stemming, mijn persoonlijke efficiëntie en mijn concentratievermogen.

Intellectuele zoektocht

Zen leert je, plezier hebben in wat je doet, ongeacht je bezigheid…zelfs al doe je niets. Elk Zen boek is een handleiding in levenskunst. Zoals gezegd, een koan is niet bedoeld om een definitief antwoord op te leveren. Dat kan niemand geven, Ritskes ook niet. Wat hij wel kan is fungeren als wegwijzer. Hoe je met koans omgaat, hoe ze je op weg helpen bij het vinden van betekenis. Aan het begin van je zoektocht helpt hij je een stukje op streek: hij wijst in welke richting het antwoord moet worden gevonden. Bij deze grenspaal moet ik afscheid nemen, vanaf hier is de weg aan jou…

Koans lijken vooral geschikt voor mensen die bezig zijn met intellectuele uitdagingen. Intellectuele types verliezen hun overactieve geest vaak in dilemma’s en paradoxen. De koan biedt genezing in dit opzicht. Je kunt een koan kapot analyseren om dan tot de conclusie te komen, dat niet alles oplosbaar is en dat dat prima is. Met dit inzicht blijft in het echte leven de wanhoop uit als je ontdekt dat er geen oplossing kan worden gevonden voor een probleem. Je kunt dan voortaan meer ontspannen omgaan met moeilijke of complexe situaties.

En wat als je zelfs niet een voorlopig antwoord vindt op een koan? Ook dan is het goed. Want al kent ook het Zen-onderricht doelen, sancties en beloningen (Rients deelt zessen, achten en tienen uit, naar gelang je antwoord), toch is Zen subtieler. In de wereld van Zen is een laag cijfer geen veroordeling, maar een aanmoediging om verder te zoeken, desnoods ergens anders. Als het niet lukt, is het ook goed. Maar je moet het wel eerst goed geprobeerd hebben…want waarom zou je anders trainen?

Uitleg van de traditionele, eeuwenoude koans uit ‘De Poortloze Poort’ beslaan het grootste deel van het boek. Verfrissend is dat Ritskes zijn persoonlijke beleving met tal van anekdotes illustreert en ook het begrip koan een veel ruimere invulling geeft. Bijna alles kan volgens hem als een koan dienen. Elke waarneming die je inzicht kan scherpen in de absurditeit en zinvolheid van het leven is bruikbaar.

Alle communicatie in een traditioneel Zen klooster lijkt soms één grote koan. Vele jaren geleden vroeg de jonge en onervaren Rients aan de poort: ‘Mag ik binnenkomen als leerling?’ Het antwoord luidde: ‘Nee, maar je mag wel bladeren vegen.’ Teleurgesteld blies hij de aftocht. Later begreep hij dat zijn aftocht een misverstand was. Hij keerde terug. Dit keer mocht hij wel binnenkomen. De schijnbare afwijzing bleek een test die ze aan elke nieuwkomer opleggen. In Rients’ eigen woorden: ‘Want Zen ís natuurlijk bladeren vegen en afwassen.’ Of: ‘Verlichting betekent doen wat gedaan moet worden.’ Hij bedoelt dat niet als een plichtmatig voort akkeren zoals aan een lopende band, maar in een blijmoedige meditatieve staat alles zonder dralen aanpakken wat zich aandient. 

Maar als het zo eenvoudig is, waarom zou je dan eerst moeilijke koans gaan bestuderen?  Deze vraag lijkt op: waarom zou ik energie steken in moeilijke kunst? Het antwoord luidt: het is niet verplicht. Mensen bestuderen koans, of complexe kunst, omdat ze er genoegen in scheppen om dat te doen. Omdat ze het gevoel hebben dat ze groeien, als ze de symboliek kunnen doorgronden. Bij koans is die inspanning nog gerichter: het is een intellectuele methode die je leert, het intellect zelf als zaligmakend mechanisme los te laten.

Het is heel gewoon in de Zentraditie om een jaar of zelfs vele jaren te wijden aan het mediteren op één enkele koan. Het lijkt een eufemisme voor geduld oefenen… Door jarenlange meditatie op bepaalde koans, vertelt Rients, hebben bepaalde zinnen zich voorgoed in zijn geest geëtst. Hij beschouwt dat als waardevolle geestelijke bagage en als een voortdurende bron van inspiratie.

Bijzonder aan koan training is dat je zelfstandig op zoek gaan naar inzicht. Van tijd tot tijd is er dan een kort overleg met een leraar zodat die er hoogte van kan krijgen waar in het proces je zit, en je daar eventueel bij kan begeleiden. Bij enkelingen komt het inzicht bijna vanzelf aanwaaien…maar in verreweg de meeste gevallen vergt het jaren van intensief mediteren.

Bestaat er wel een antwoord?

Misschien bekort dit boek dankzij de uitleg zo’n lange periode. Ook al is het vanwege de diepgang van de stof niet gemakkelijk om te lezen, de inspanning die dat lezen vergt, is altijd nog veel geringer dan de inspanning die het jarenlang mediteren op een koan van je zou vragen. Ook al kent een koan geen definitief antwoord, de inzichten van iemand vóór jou die met dezelfde vragen heeft geworsteld, zijn natuurlijk waardevol. Ze vertellen je hoe dan ook, in welke richting de oplossing is gelegen. Dit maakt Rients’ ervaringen met koans zo interessant om te lezen.

Hij vertelt hoe deze raadsels je kwaliteit van leven kunnen verhogen. Ze kunnen dienen als kapstok voor tal van existentiële vragen; ieder met interesse voor levenskunst en levensfilosofie zal dit boek dus met genoegen lezen.

Een samenvatting van dit boek zou onbevredigend zijn omdat dit neerkomt op een puntsgewijze opsomming met steeds een korte uitleg. Juist de uitgebreide uitleg heeft elke koan nodig. Die geeft je de kans alle kanten van het probleem te bekijken en dat is zeer belangrijk bij dit type studie. Waar je normaal langdurig in eenzaamheid moet gissen voor je het begin van een antwoord vermoedt, kun je hier alvast een eind meedenken. Een koan-antwoordenboek is dit niet, want dat bestaat niet. Maar er bestaan wel koan inspiratieboeken. Dit is er zeker een, omdat het de eigen ervaringen zijn van een zeer ervaren Zenmeester.

Het zou verkeerd zijn, een koan op te vatten als een empirische vraagstelling. De beste benadering voor een beginner is misschien, uit een hele verzameling koans er een te kiezen die je aanspreekt en daarmee aan de slag te gaan. ‘Je koan’ bestudeer je dan niet als een mathematisch probleem, maar eerder als een ‘levend raadsel’ zoals een door jou gewaardeerd schilderij of gedicht dat je uitgebreid in ogenschouw neemt. Want elk waarachtig kunstwerk blijft net als een koan altijd een mysterie. Het bewijst zijn kwaliteit omdat het door de eeuwen blijft fascineren.

Een antwoord op een koan kan hooguit intersubjectief zijn. Tegenover dit niet-objectieve karakter staat dan wel iets heel moois: elk doordacht en gemotiveerd antwoord is zowel persoonlijk gebonden als universeel geldig. Het beste kun je daarom deze collectie koans beschouwen als een rondleiding door een vreemdsoortige en fascinerende expositie, met uitgebreide uitleg en interpretatie.

Terecht wijst Rients op de taoïstische achtergrond van veel koans. Taoïstische teksten willen ontregelen en vervreemden-en zijn daarom vaak opzettelijk absurd. Het taoïsme wijst op de grilligheid en onbestendigheid van zowel de menselijke als de omringende natuur- in een vast vertrouwen op de onbenoembare kracht of grootheid daarachter, ‘tao’ die een serene rust geeft. Dat dit kosmische vertrouwen ook Zen eigen is, maakt dat je ondanks een existentiële onbestendigheid welgemoed dit leven tegemoet kunt treden. Je kunt altijd je vermogens ontwikkelen, wat de toekomst ook brengen moge, juist omdat het onbenoembare hier en nu het enige is wat je hebt. Je leeft nu, je ademt nu en het handelen is ook in het nu.

Een van de boeiendste uitspraken in Zen en onzin vind ik: koans zijn absurd omdat dit bestaan dat ook is. Absurde vragen heeft iedereen van tijd tot tijd, zoals: waarom sterven geweldige mensen soms zo vroeg, terwijl verafschuwde types soms stokoud worden? Dit lijkt absurd en onrechtvaardig.

Een student van koans traint zich in het aanvaarden van dergelijke absurditeiten omdat die nu eenmaal voorkomen. Zo kan hij een diepe levensaanvaarding bereiken, anders dan alleen kennis te nemen van de absurditeiten en ze dan van je af te duwen.

De absurditeit omarmen

Maar hoe doe je dat, oefenen met koans? Rients zou zeggen: deze vraag is zelf een koan. Misschien door de absurditeit als uitgangspunt te nemen en te aanvaarden dat er altijd zomaar iets verschrikkelijks kan gebeuren. En daar gelijkmoedig bij blijven. Een mooi voorbeeld is dat van de bestorming van een oosters klooster door een bende bandieten. Alle monniken vluchtten in paniek. Alleen de abt bleef rustig alleen zitten mediteren in de centrale hal. Woedend stormde de hoofdman binnen af met de woorden: Hoe durf je hier zo onbeschaamd te blijven zitten! Weet je wel dat ik je met één houw van mijn zwaard in tweeën kan slaan?

Rustig opende de abt zijn ogen, keek hem recht aan en zei kalm: En wist jij, dat je dat kunt doen zonder dat ik één keer knipper met mijn ogen?’ De roverhoofdman liet verbluft zijn zwaard zakken, boog eerbiedig en blies met zijn bende de aftocht.

De absurditeit van het leven verander je niet, ongeacht of je iets doet of bereikt. Om een idee te krijgen van welke richting de uitleggingen van Rients’ boek uitgaan, geef ik tot slot twee voorbeelden uit Zen en onzin.

Voorbeeld één: ‘Welke wijze uitspraak doe je tegen jezelf zonder iemand te imiteren?’  In elke leersituatie bestaat imitatiegedrag. Mensen verkeren gemakkelijk in de veronderstelling dat als je de leermeester maar goed nadoet, je net zo verlicht zult worden als hij. Maar dat kan niet. Het werkt nooit op die manier. Dat komt doordat ieder een eigen patroon bezit dat verwerkelijking zoekt. Ieder zoekt onbewust zijn eigen individuatie, zou Jung zeggen. Ieder heeft een persoonlijkheid, een geschiedenis en emotionele ‘bubbels’ die strikt individueel zijn en waarmee hij in het reine moet zien te komen. Ieder kan niet anders dan zijn eigen verhaal te doorleven en zijn eigen regisseur te zijn. Om de door Rients aangehaalde commentator Meimon te citeren: anders heb je slechts het inzicht van een (sluwe) vos.

Voorbeeld twee sluit hier mooi op aan. De Zenmeester houdt een kat omhoog en vraagt aan zijn leerlingen: moet ik hem doden of niet? Er valt een stilte. Niemand geeft antwoord, tot de meester vindt dat het lang genoeg heeft geduurd, een mes pakt en de kat van het leven berooft.

Deze koan wil onder andere zeggen dat het leven ook is bedoeld om in te handelen, om knopen door te hakken. Weet wat je wil! Beslis! Je kunt nooit 100% zeker weten of je woorden, je uitspraak, je beslissing de juiste is. Maar deze wereld draait wel om besluiten nemen en om het jezelf uitspreken. Je kunt altijd de fout in gaan maar een foute uitspraak is beter dan geen uitspraak. Cruciale situaties vereisen dat je handelt en dat je kiest.

Dingen zijn bijna nooit zwartwit. Ze hebben altijd meerdere kanten. Daar mag je eindeloos over delibereren, maar ze mogen je niet verlammen. Aan een cursiste die worstelde met het overlijden van een dierbare, bood Rients een voor haar zeer troostende koan aan. Dit keer was de koan een combinatie van een gebaar en een uitspraak. De koan bestond eruit, dat hij haar een mooie, verse bloem aanreikte met de vraag: Is de bloem levend of dood?

Zij ervoer dit al een zeer troostende en waardevolle koan. Want een snijbloem is levend doch afgesneden van haar wortels, die de bron van haar leven zijn. De snijbloem is dus ten dode opgeschreven, sneller dan een bloem in de tuin. Net als die snijbloem zijn ook wij ten dode opgeschreven, vaak sneller dan we beseffen. Desondanks kunnen we altijd een ander helpen of blij maken, sterfelijk of niet. Het hier en nu waarin wij leven houdt zich niet bezig met leven of dood. Het enige wat bestaat is het moment waarin je kunt handelen, iets kunt doen. In dit geval: de koan beantwoorden. Maar aan deze uitleg valt af te lezen, dat de term ‘antwoord’ een te simplistische voorstelling is van wat een koan te bieden heeft.

Welkom in de wereld van de koan.

Rients Ritskes, Zen en onzin van het leven. Een verzameling klassieke en moderne koans. Uitgave Asoka, 2020, €29,50

Over Zilvervis

Zilvervis staat voor drs H.F. (Frank) Flippo (1962), schrijver, journalist, historicus. Auteur van 'Esoterie in begrijpelijke taal', ( maart 2013) en reisbundel Van het Pad (oktober 2017) Interesses: letterkunde, mythologie, filosofie, biologie.
Dit bericht werd geplaatst in esoterie, Recensie, Spiritueel en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.